Wat is de betekenis van ongesteld zijn?

2024-07-15
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2024)

ongesteld zijn

(1978) (sold.) belast zijn met de weekdienst. Zinspeling op 'de week hebben', een eufemisme voor menstruatie. • (Henk Salleveldt: Het woordenboek van Jan Soldaat. 1978) • Volgens Leen Verhoeff bedient men zich in de kazerne graag van opzettelijke verbasteringen: garnizoenscomediant of hakakakel(voor HKKL: Hoofdkwartier Koninklijke Landm...

2024-07-15
Jargon & Slang van Soldaten

Marc De Coster (2017)

Ongesteld zijn

Ongesteld zijn - belast zijn met de weekdienst. Schertsend euf. voor de uit­ dr. de week hebben, die echter ook betekent: menstrueren.

2024-07-15
Dokterswoordenboek

Jannes van Everdingen en Arnoud van den Eerenbeemt (2010)

ongesteld zijn

Zie (ook) menstruatie

2024-07-15
Erotisch woordenboek

Hans Heestermans (1977)

ongesteld zijn

ongesteld zijn - menstrueren. Ook: onwel, niet goed, niet lekker zijn; de ziekte van erge pijn hebben.