Wat is de betekenis van Zijn?

2019
2022-11-30
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

zijn

zijn - Werkwoord 1. ergatief: bestaan: Er is leven na de dood. Zij is niet meer. 2. ergatief: zich bevinden We waren in Portugal. 3. (copl): gelijk zijn aan: Johan is...

Lees verder
2018
2022-11-30
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

zijn

zijn - onregelmatig werkwoord, voornaamwoord 1. een werkelijkheid vormen, bestaan ♢ er zijn mensen die op hun handen kunnen lopen 1. er was eens .... [er leefde eens] 2. ware he...

Lees verder
2004
2022-11-30
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema

zijn

- wat zijn we ermee?, wat hebben we eraan? - we zijn (ermee) weg, we gaan ervandoor, we stappen maar eens op, we gaan weg. - wat ervan zij, hoe dan ook.

Lees verder
2000
2022-11-30
Bijbels Lexicon

Door Karina van Dalen-Oskam & Marijke Mooijaart

Zijn

Wie niet voor mij is, is tegen mij, er zijn slechts uitgesproken voorstanders òf tegenstanders; iemands neutrale houding is te beschouwen als een hindernis, als tegenwerking. ‘Wie niet met mij is, is tegen mij, en wie niet met mij samenbrengt, drijft uiteen’, zo spreekt Jezus volgens Matteüs 12:30 (NBV) tot zijn discipelen. De uitdrukking bevat gew...

Lees verder
1992
2022-11-30
Een woordenboek van de filosofie

Begrippen, stromingen, denkers

Zijn

Men heeft verschillende soorten zijn onderscheiden. Existentie of bestaan wordt soms onderscheiden van subsistentie of zijn en andere begrippen. Zo meende Meinong dat materiële objecten, evenals andere dingen in ruimte en tijd zoals schaduwen of zwaartekrachtvelden, bestaan (existieren), terwijl zaken als universalia, getallen en het verschil tusse...

Lees verder
1973
2022-11-30
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

zijn

bez. vn. van de derde pers. m./o. enk., van hem. 1. attr.: dat is — huis; zelfst. in verbogen vorm het zijne, wat van hem is; ieder het zijne geven, wat hem toekomt; het zijne van iets zeggen, zijn mening ten beste geven; hij wilde er het zijne van weten, wilde zich er precies van op de hoogte stellen; de zijnen, zijn bloedverwanten of betrek...

Lees verder
1952
2022-11-30
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Zijn

1. v., wêze, wie, west; hij is niet meer, hy is wei, út ’e tiid; er slecht aan toe —, der slim ta wêze, sitte, der min foar sitte; het is nu eenkeer zo, it (lân) leit der sa ta; hem(bij kinderspelen) it wêze; geweest zijn, west hawwe. 2. pron.,...

Lees verder
1950
2022-11-30
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Zijn

(is, was, is geweest), I. als zelfst. ww., 1. (abs.) bestaan, in wezen zijn: het wonder is het er iets is; God die is, die was en die wezen zal; ik denk, dus ben ik, grondstelling der leer van Descartes ; ze 'n zijn niet meer, ...ze *n zijn niet meer, ze waren! (Gezelle); 2. (met inchoatieve bet.) ontstaan, geschieden: God zeide...

Lees verder
1937
2022-11-30
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

zijn

I. ik ben, hij is, ze zijn, zijnde (1 zelfstandig w.w. bestaan; leven; zich bevinden; aanwezig zijn; 2 koppelw.w.; 3 hulpw.w. v. tijd): 1. er is een God, leeft; in Ierland zijn geen vergiftige slangen; hij is niet meer, is gestorven; vader is op zee; er is geen geld meer; dit huis is van mijn vader, behoort aan; moet er nog wijn zijn, is er nodig?...

Lees verder
1916
2022-11-30
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Zijn

Zijn - is het abstractste aller begrippen. Het kan den zin hebben van: I. bestaan (existentia), dat ons openbaar wordt, hetzij door zinnelijke waarneming en ervaring (er is goud), hetzij door denken of bovenzinnelijke ervaring (er is een God). II. een op-bepaalde-wijze zijn (essentia) van een reeds als bestaande aangenomen ding of persoon (goud is...

Lees verder
1908
2022-11-30
Vivat

Schrijver op Ensie

Zijn

Existentia, het volstrekte wezen van een werkelijk bestaand iets. In de middeleeuwen werd het Zijn gaarne tegenover het Wezen (Essentia) gesteld, en als een aanvulsel van de mogelijkheid tot de werkelijkheid beschouwd. Kant heeft door een duidelijk voorbeeld aangetoond, dat het Zijn niet als een complement kan worden aangemerkt, wijl...

Lees verder
1898
2022-11-30
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Zijn

Het begrip zijn heeft 3 verschillende betekenissen: 1. zijn - ZIJN, (is, was, is geweest), bestaan, in wezen zijn : er is een God; God die is, die was en die wezen zal; — ik denk, dus ben ik, grondstelling der leer van Descartes; — dat kan wél zijn, misschien is het wel zoo ; — laat liet zoo zijn, als gij voorgeeft,...

Lees verder
1870
2022-11-30
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Zijn

Zijn (Het) is een begrip, welks onderzoek de taak is van de ontologie, een onderdeel der bovennatuurkunde. Het zijn werd in de middeneeuwen als existentia tegenover het wezen (essentia) gesteld en als eene aanvulling der mogelijkheid (complementum possibilitatis) tot werkelijkheid (actualitas) beschouwd. Maar nadat Kant door een beroemd voorbeeld h...

Lees verder
1864
2022-11-30
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Zijn

Zijn, hulpw., zelfst. w., onr. (ik ben, was, ben geweest), wezen, bestaan, in wezen zijn; er -, aanwezig zijn, voorhanden zijn; zich bevinden. *-, o. het wezen, het bestaan. *-, vnw. van hem; de -e, die hem toebehoort; de -n, zijne bloedverwanten of betrekkingen, zijn aanhang. *-ENT (TEN), bijw. ten zijnen huize, bij hem, in zijn huis. *-ENTHALVE,...

Lees verder