Wat is de betekenis van nestelen?

2019
2021-07-26
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

nestelen

nestelen - Werkwoord 1. (inerg) het bouwen van een nest en het grootbrengen van jongen erin, gewoonlijk van vogels Op die rots nestelen honderden zeekoeten. 2. (refl) zich ~: plaatsnemen en het zich behaaglijk maken Woordherkomst van het Middelnederlands nestelen, maar via d...

Lees verder
2018
2021-07-26
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

nestelen

nestelen - regelmatig werkwoord uitspraak: nes-te-len 1. een nest maken ♢ in het voorjaar nestelen alle vogels 2. ergens lekker gaan zitten of liggen ♢ we nestelden ons op de bank voor de tv...

Lees verder
1952
2021-07-26
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Nestelen

v., nestelje, neskje, nêstmeitsje; zich —, jin binestelje.

1950
2021-07-26
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Nestelen

I.(nestelde, heeft genesteld), 1. zijn nest maken: de zwaluwen nestelen aan de vensters en in de stallen ; 2. zich nestelen, zich ergens vestigen : hij heeft zich daar mooi genesteld; (ook) zich verbergen, zich verschuilen. II. (nestelde, heeft genesteld), 1. met een nestel toerijgen; 2. (Zuidn.) talmen; prutsen.

Lees verder
1898
2021-07-26
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Nestelen

1. Nestelen (nestelde, heeft genesteld), een nest maken: de zwaluwen nestelen aan de vensters en in de stallen; — zich nestelen, zich ergens vestigen; hij heeft zich daar mooi genesteld; (ook) zich verbergen, zich verschuilen; — talmen, dralen, treuzelen. NESTELING, v. (-en), het maken van een nest. 2. Nestelen (nestelde, heeft geneste...

Lees verder