Wat is de betekenis van nering?

2019
2021-01-26
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

nering

nering - Zelfstandignaamwoord 1. (handel) (klein) bedrijf, kleinhandel of winkel Woordherkomst afgeleid van het nu niet meer gebruikte ww. 'neren' (voeden) met het achtervoegsel -ing Verwante begrippen commercie, handel, koophandel, koopmanschap, negotie, transactie, zaak, handel

Lees verder
2018
2021-01-26
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

nering

nering - zelfstandig naamwoord uitspraak: ne-ring 1. handel waarmee je je brood verdient ♢ hij heeft een goede nering 1. de tering naar de nering zetten [niet meer uitgeven dan je verdient]...

Lees verder
1980
2021-01-26
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

Nering

Nering is: middel van bestaan, inzonderheid de kleinhandel. Men spreekt van winkeliers als neringdoenden. Bekend zijn uitdrukkingen als: de tering naar de nering zetten, ieder is een dief in zijn eigen nering enz.Bij het zelfstandig naamwoord nering behoort het werkwoord generen (uitgesproken met een Hollandse harde g!): in zijn onderhoud voorzien,...

Lees verder
1950
2021-01-26
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Nering

I. v. (-en), 1. bedrijf, middel van bestaan, inz. handel, kleinhandel, winkelbedrijf: hij heeft zijn nering aan kant gedaan ; nering en hantering, koophandel en nijverheid; — (spr.) ieder is een dief in zijn nering, is zelfzuchtig in zijn eigen zaken ; — de tering naar de nering zetten, zijn uitgaven naar zijn inkomsten regelen; 2. klan...

Lees verder
1910
2021-01-26
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Nering

Nering - bedrijf, middel van bestaan, vooral kleinhandel.

1898
2021-01-26
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Nering

Nering v. (-en), bedrijf, middel van bestaan, inz. handel, kleinhandel: hij heeft zijn nering aan kant gedaan; nering en hanteering, koophandel en nijverheid; — (spr.) die zich zijner nering schaamt, gedijt niet, die verlegen is met zijn broodwinning, komt in de wereld niet vooruit; — ieder is een dief in zijn eigen nering, is zelfzuch...

Lees verder
1898
2021-01-26
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Nering

zie Ambacht, zie Broodwinning, zie Handel.