Maal
I. MAAL m. (malen), (hist.) bijna uitsluitend in ’t mv., geërfden, markgenoten. II. MAAL v. (malen), (gew.) koe van anderhalf of twee jaar, die nog niet gekalfd heeft: een neurende maal is een vaars op het einde van de dracht. III. MAAL v. (malen), 1. (veroud.) koffer, reiszak, valies; 2. (Zuidn.) papieren zakje; 3. bezen...