Wat is de betekenis van lappen?

2020
2021-04-20
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

lappen

1) (19e eeuw) (ww.) (sold) de dienst tijdelijk waarnemen: 'Ik moet vanavond lappen.' Zie ook: lapweek*. • Lappen, (mil.), eene functie uitoefenen voor iemand, die verhinderd is, vandaar toevoegen of aanlappen, hetgeen tekort komt. (Taco H. de Beer en E. Laurillard: Woordenschat, verklaring van woorden en uitdrukkingen. 1899) • We komen n...

Lees verder
2019
2021-04-20
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Lappen

Lappen - Zelfstandignaamwoord 1. meervoud van het zelfstandig naamwoord Lap

Lees verder
2018
2021-04-20
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

lappen

lappen - regelmatig werkwoord uitspraak: lap-pen 1. ervoor zorgen dat iemand iets ergs meemaakt ♢ dat zou je mij niet moeten lappen! 2. schoonmaken van ramen ♢ ik moet de ramen nog lappen...

Lees verder
2017
2021-04-20
Wielrenners

Jargon & Slang van Wielrenners

Lappen

Lappen - een of meer ronden voorkomen. Zie ook lap.

2017
2021-04-20
B.D. Poppen

Schrijver op Ensie

Lappen

Taatsplaten van een waterrad. Binnen- en buitenlap.

2010
2021-04-20
Wielerwoordenboek

Geschreven door Fons Leroy en Wim van Rooy

lappen

lappen: een of meerdere ronden voorsprong nemen in een discipline van het baanwielrennen.

2009
2021-04-20
Groot wielerwoordenboek

Geschreven door Marc De Coster

lappen

Een of meer ronden voorkomen. Zie ook lap. Ze lieten het werk over aan Traksel waardoor Alma, De Leeuw en Loohuis het peloton op het snelle, korte parcours van negenhonderd meter na drie kwartier konden lappen. (De Gelderlander, 14/08/2000) Die zes wisten nog voor halfkoers het grootste gedeelte van het ruim veertig koppen tellende deelnemersveld...

Lees verder
2009
2021-04-20
Wielersportwoordenboek

Wielersportwoordenboek door Jan Luitzen ©

lappen

(ov ww; lapte; h. gelapt) 1 SP - (bij wedstrijden) (een tegenstander) een ronde achterstand bezorgen, syn. dubbelen, een lap geven. 2 - (van een (binnen)band) herstellen, repareren, plakken. • Bandjes zitten bouwen. Oude bandjes lossnijden, binnenbandje lappen, van die tubes hè, die gingen ze weer dichtnaaien, een stukje plaklint erover, klaar. (H...

Lees verder
2008
2021-04-20
Atletiek- en turnwoordenboek

Atletiek- en turnwoordenboek door Jan Luitzen

lappen

(ov ww; lapte; h. gelapt) LO - bij wedstrijden een tegenstander een ronde achterstand bezorgen, syn. dubbelen, een lap geven.

2003
2021-04-20
Financieel Woordenboek

Door Frits Conijn & R.M. van Poll (2003)

lappen

lappen - Zelfstandig naamwoord, meervoud van lap: jargon voor oprichtersbewijzen, oprichtersaandelen, winstbewijzen, amortisatiebewijzen, bewijzen van deelgerechtigdheid en scrips.

1973
2021-04-20
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

lappen

(lapte, heeft gelapt), I. (overg.) 1. een of meer lappen in of op iets zetten, het verstellen; een kleed —, schoenen —, ketels aan zijn laars —,zich er niet aan storen; 2. samenflansen: een dissertatie bij malkander -; 3. in orde brengen, klaarspelen, opknappen: dat lap jij hem niet, dat speel je nooit klaar; dat heb je ‘...

Lees verder
1952
2021-04-20
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Lappen

v., lapje, laepje, flikke; (een streek uithalen), lappe, bakke.

1950
2021-04-20
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Lappen

I. (lapte, heeft gelapt), 1. een of meer lappen in of op iets zetten, het verstellen: een kleed lappen; schoenen lappen; ketels lappen; de vloer lappen; — (zegsw.) de broek lappen en 1 garen toegeven, iem. een dienst bewijzen, met opoffering van tijd en geld; — (zeew.) kalfaten (een schip). 2. knoeierig naaien, slor...

Lees verder
1949
2021-04-20
Boevenjargon

Geschreven door Professor Henry Roskam

lappen

(z.h.) een paar lappen, een paar coupons heren¬- of damesstof.

1949
2021-04-20
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Lappen

de mongoloïde bewoners van Lapland: klein, met korte schedel, zeer donkere ogen en haar, geelbruine huid, vooruitstekende kin. De gezeten Kustlappen leven van visserij en jacht, de Woudlappen van rendierteelt en visserij, de Berglappen van nomadische rendierteelt en jacht.

1933
2021-04-20
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Lappen

Groep en afzonderlijke stam van de Finno-Oegriërs in Zweden, Noorwegen en Finland. ➝ Lapland (sub Bevolking).

1910
2021-04-20
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Lappen

Lappen - beursterm voor winstbewijzen, oprichtersbewijzen en rentelooze certificaten. In het algemeen fondsen, die geen nominale waarde hebben, en diensvolgens te onzent in eensgevend geld verhandeld worden.

1900
2021-04-20
Collectie Nederland

Collectie Nederland: Musea, Monumenten en Archeologie

lappen

Taatsplaten van een waterrad. Binnen- en buitenlap.

1898
2021-04-20
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Lappen

1. Lappen (lapte, heeft gelapt), een of meer lappen in of op iets zetten, iets verstellen een kleed lappen; schoenen lappen; ketels lappen; den vloer lappen; hemden lappen; — (zegsw ) de broek lappen en garen toegeven, iem. een dienst bewijzen, met opoffering van tijd en geld; — knoeierig naaien, repareeren, slordig herstellen: eene ou...

Lees verder