Lamp betekenis & definitie

Lamp - aan de lamp likken: zich schuldig maken aan een vergrijp, waarvoor men gestraft zal worden. Hierbij moet gedacht worden aan de uitdr. zich branden, zijn vingers (of handen) verbranden. Syn.: aan de pan likken. Vgl. ook het Bargoense woord voor politieagent: lamp, of in de Duitse Gaunersprache Laterne, Licht.

Tegen de lamp lopen: een geheime ziekte opdoen, een ongeluk krijgen. Wellicht moet hier gedacht worden aan het lamplicht, blijkens het Hd. sich verbrennen = syfilis oplopen. Geef de lamp eens een opdonder: gezegde dat men destijds weleens bezigde in het Ned.-Indisch leger, wanneer de verteller aan het geuren is, een onwaarschijnlijk verhaal vertelt. Vgl. hierbij de volkse uitdr. de lamp vasthouden: het naadje van de kous weten.
‚Äč