Wat is de betekenis van kleppen?

2026-01-17
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Kleppen

(klepte, heeft geklept), 1. een of meermalen of voortdurend het geluid „klep” doen horen : het deksel klept op de kan ; kleppende hoeven; een los hoefijzer klept; er staat een deur te kleppen; 2. door met iets te slaan het genoemde geluid doen horen : de ooievaar klept met zijn snavel; — met een Mep of...

Wil je toegang tot alle 19 resultaten?

Studenten van onderstaande onderwijsinstellingen hebben gratis toegang

Universiteit Leiden University of Amsterdam Universiteit Utrecht
2026-01-17
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

kleppen

1) (19e eeuw) (inf.) kletsen, babbelen, snateren. Met bijgedachte aan het geklep van een ooievaar. Klep is ook een informeel woord voor mond. • En waar zou zij nu vandaan komen, van haar vriendinnen, dat maakt zij moeder niet wijs. Hebben die soms ook toesjoers en altoos de tijd om bij de straat te kleppen, op uren, dat ze thuus moeten wezen?...