Synoniemen van Kauw

rouck
2019-10-23

Kauw

1. KAUW, v. (-en), (nat. hist.) de kleinste onzer inlandsche kraaien, ook vel kerkkauw en torenka geheeten, en door velen eenvoudig kraai genoemd (corcus monedula): kauwen zijn wakkere, levendige, behendige en schrandere vogels. 2. KAUW, v. (-en), KAUWTJE, o. (-s), hoeveelheid die men in eens kauwt; wat gekauwd is : zij stopte het kleine kind een kauwtje brood in den mond; — (gew.) tabakspruim.

2019-10-23

kauw

zwarte, in verhouding kleine zangvogel uit de familie van de kraaiachtigen met een grijze hals en een groengrijze oogring die ook veel in de stad gezien wordt

2019-10-23

kauw

kauw - Zelfstandignaamwoord 1. (dierkunde) Corvus monedula, eem zwarte zangvogel met een grijze nek uit de Corvidae Er zaten veel kauwtjes in de bomen. kauw - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kauwen ♢ Ik kauw 2. gebiedende wijs van kauwen kauw! 3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd v...

2019-10-23

Kauw

Kauwen zijn zwarte gedrongen vogels met zilvergrijze kopzijden. Deze intelligente soort leeft in groepen. Binnen groepen kauwen bestaat een uitgebreide sociale structuur met een pikorde, intriges en altijd zijn er 'verliefde' stelletjes te onderscheiden als ze aan het foerageren zijn. De paarband tussen kauwen duurt een leven lang en de vogels zijn bijna altijd onafscheidelijk. Geluid Zeer gevarieerd. Meest kenmerkend explosief "ka!" Leefgebied Broedt (schaars) in bossen met grote...

2019-10-23

Kauw

Kauw, zie Kraai.

2019-10-23

Kauw

Kauw - of ka, Colaeus monedula, behoort tot de raafachtige vogels. Lengte 31 c.M., staart 13 c.M.; kleur glimmend zwart; hals, wangen en buikzijde aschgrauw. Bewoont geheel Europa en N.- en Midden-Azië. Hier te lande algemeen, Standvogel; nestelt in schoorsteenen, holle boomen, torens, enz. Zeer gezellige en vroolijke vogel. Nuttig door het eten van insecten en wormen, maar schadelijk door het eten van zaden, aardappelen en vruchten ; is gemakkelijk te temmen.

2019-10-23

Kauw

of torenkraai (Colaeus monedula spermologus), een tot de fam. der kraaien behoorende vogel. Lengte 31 cm, staart 13 cm. De schedel is blauwzwart, rug, vleugels en staart zwart met metaalglans, achterhoofd en wangen grijs, onderzijde grijsachtig. Algemeene broedvogel op torens en ruïnen, in holle boomen, in klimop, in schoorsteenen, soms in konijnenholen. De eieren, 4 tot 6 in getal, zijn blauwachtig grijsgevlekt met grauwbruine vlekjes en stipjes. Op de weiden zoekt hij tusschen kraaien en...