2019-06-19

kabouter

kabouter - zelfstandig naamwoord uitspraak: ka-bou-ter 1. klein mannetje met puntmuts ♢ dit sprookje gaat over een prinses en zeven kabouters Zelfstandig naamwoord: ka-bou-ter de kabouter de kabouters het kaboutertje

Lees verder
2019-06-19

kabouter

kabouter - Zelfstandignaamwoord 1. goedaardige kwelgeest; verzinsel; klein mannetje met puntmuts Verwante begrippen aardmannetje, gnoom, kobold

Lees verder
2019-06-19

Kabouter

KABOUTER, m. KABOUTERMANNETJE, o. (-s), aardmannetje; zie ald.