Wat is de betekenis van Hoogmoed?

2019
2022-05-21
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

hoogmoed

hoogmoed - Zelfstandignaamwoord 1. overschatting van eigen kunnen Het is hoogmoed om te denken dat je wel even van die jongen wint. Woordherkomst samenstelling van hoog en moed Afgeleid van het Middelnederlandse hoochmoet en hômoet, hetgeen is afgeleid van het Middelhoogduitse hoc...

Lees verder
2018
2022-05-21
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

hoogmoed

hoogmoed - zelfstandig naamwoord uitspraak: hoog-moed 1. jezelf beter vinden dan anderen ♢ het is hoogmoed van hem dat hij niemand vertrouwt met dat werk 1. hoogmoed komt voor de val [als je te goe...

Lees verder
2000
2022-05-21
Bijbels Lexicon

Door Karina van Dalen-Oskam & Marijke Mooijaart

Hoogmoed

Hoogmoed komt voor de val, wie hoogmoedig is zal zijn vernedering ondervinden. Dit spreekwoord vinden we in Spreuken 16:18 terug, voorafgegaan door een parallelle spreuk die geen ingang heeft gevonden: ‘Hooghartigheid gaat vooraf aan ellende, / hoogmoed komt voor de val’ (uit te spreken met nadruk op voor, NBV). De oudere bijbelvertalingen hebben a...

Lees verder
2000
2022-05-21
Kleine encyclopedie van het snobisme

Over dandy's, estheten en etiquette

Hoogmoed

De echte snob speelt nooit iets voor: zelfs zijn hoogmoed is edel en beslist spontaan. Hij is een heel sterk individu, met eigen, bijzondere neigingen, waarvoor hij zich niet zal schamen ze onder woorden te brengen. Tot compromissen zal een snob nooit bereid zijn. Maar de hoogmoed kan zich ook heel natuurlijk manifesteren zoals lady Margaret-Ann Ty...

Lees verder
1955
2022-05-21
Katholicisme encyclopedie

Onder redactie van Prof. dr. J.C. Groot

HOOGMOED

is de ondeugd of zonde van ongeregelde zelfverheffing. De sterkste vorm ervan is de zelfingenomenheid van iemand, die, vergetend dat buiten zijn zondigheid alles wat hij is en heeft een onverdiende gave Gods is, zijn afhankelijkheid en schuldigheid tegenover God niet wil erkennen en beleven. Hoogmoedig in een minder ernstige vorm is ook hij die zic...

Lees verder
1952
2022-05-21
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Hoogmoed

s., heechmoed, greatskens batskens, greathertigens.

1950
2022-05-21
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Hoogmoed

m., 1. te hoge dunk van zichzelf, zelfverheffing, eigenwaan, opgeblazenheid: hoogynoed koynt voor de val, op trots volgt dikwijls vernedering ; 2. (w. g.) billijke fierheid, trots.

Lees verder
1937
2022-05-21
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

hoogmoed

m.; trotsheid, opgeblazenheid, trots, laatdunkendheid; spreekw. hoogmoed komt (of: gaat) voor de val, hovaardij wordt door ondergang, schande gevolgd.

1898
2022-05-21
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Hoogmoed

HOOGMOED, m. trots, opgeblazenheid: hoogmoed komt voor den val, op trots volgt dikwijls vernedering.

1870
2022-05-21
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Hoogmoed

Hoogmoed. Wie blind is voor zijne zwakheden en gebreken en zich tevens uitstekende gaven en eigenschappen toedicht, komt hierdoor tot zelfverheffing of eigenwaan, en wie hierdoor wordt aangespoord om uit de hoogte op zijne, naar hij meent, minder bevoorregte medemenschen neer te zien, maakt zich schuldig aan hoogmoed. Deze laatste ontstaat derhalve...

Lees verder