Wat is de betekenis van hoogmoedig?

2024-07-14
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-07-14
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

hoogmoedig

hoogmoedig - Bijvoeglijk naamwoord 1. met een overdreven hoge dunk van zichzelf Zijn hoogmoedige optreden werd hem niet in dank afgenomen. Woordherkomst Afleiding van hoogmoed met het achtervoegsel -ig.

2024-07-14
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

hoogmoedig

hoogmoedig - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: hoog-moe-dig 1. gevoel dat je wilt pronken met wat je hebt of deed ♢ wie hoogmoedig is, denkt dat hij geen fouten maakt 2. wie zich meer voelt dan een ander ...

2024-07-14
Zuid-afrikaans woordenboek

H.J. Terblanche - M.A., D. Litt

hoogmoedig

trots, verwaand.

2024-07-14
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Hoogmoedig

adj. & adv., heechmoedich, greatsk, batsk, greathertich, blastich heechboarstich, great, heechkroppich; — zijn, it hert heech hawwe; hij is — it hert sit him heech; — mens, greatskert.

2024-07-14
Woordenboek Nederlands-Turks

Mehmet Kiriş (2024)

2024-07-14
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Hoogmoedig

bn. bw. (-er, -st), vol hoogmoed, trots, verwaand: hij is zeer hoogmoedig; een hoogmoedig gedrag ; — ook zelfst. gebruikt : de hoogmoedigen zullen vernederd worden.

2024-07-14
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

hoogmoedig

1. bn., bw.; ong.: trots, verwaand, opgeblazen; een hoogmoedig parvenu; hij sprak hoogmoedig over zijn voorvaderen; 2. zn. hoogmoedige, m. en v. —n: den hoogmoedige vernederen.

Wil je toegang tot alle 11 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-07-14
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

hoogmoedig

('moedəch) bn. en bw. (-er, -st) vol hoogmoed : een hart; iemand bejegenen. Syn. →: fier.