Wat is de betekenis van hoefslag?

2019
2021-06-13
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

hoefslag

hoefslag - Zelfstandignaamwoord 1. het geluid van paardenhoeven die de bodem raken Er waren hoefslagen te horen in de verte. 2. (paardensport) een baan in de dressuurbak 3. (waterstaat) deel van een dijk, waarvan het onderhoud tot de taak van de eigenaar van een bepaald perceel behoort ...

Lees verder
1950
2021-06-13
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Hoefslag

m. (-en), 1. (hist. en gew.) het aandeel waarvoor een ingeland, op grond van de grootte (het morgental) zijner hoeve, in het onderhoud van een dijk of weg is aangeslagen; dat gedeelte hetwelk hij in orde moet houden ; (zegsw.) dat is buiten mijn hoefslag, daar heb ik niets mede te maken, dat is buiten mijn bevoegdheid ; 2. (veroud.) aangewe...

Lees verder
1919
2021-06-13
uitdrukkingen

Woorden en uitdrukkingen verklaard

Hoefslag

mnl. slach van eenre hoeve, hoefslach, uit hoeve en slag, in den zin van deel, aandeel (vgl. aanslag, omslag, bij belastingen); oorspronkelijk het aandeel in het onderhoud van een dijk of weg, dan ook het gedeelte van een dijk of weg, dat iemand moet onderhouden. Later werd het ook gebruikt voor het deel van een stadsgedeelte, dat iemand was toegew...

Lees verder
1916
2021-06-13
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Hoefslag

Hoefslag - 1) a. De afdruk door den paardehoef bij het gaan op den bodem achtergelaten; b. De reeks dier elkaar opvolgende afdrukken; deze is verschillend, naar gelang van den gang, waarin het paard liep, zoodat men aan den h. kan zien, of het paard stapte, draafde of galoppeerde; c. de rechthoek, volgens welken het paard den omtrek van de manege...

Lees verder
1898
2021-06-13
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Hoefslag

Het begrip hoefslag heeft 2 verschillende betekenissen: 1. hoefslag - HOEFSLAG m. (-en), (van een paard) slag met den hoef; (inz.) het spoor, het indruksel door het slaan van den paardenhoef op den weg gemaakt: (w. g.) er is spoor noch hoefslag van te vinden, (fig.) er is niets van te ontdekken; — (rijsch.) op één hoefslag heet...

Lees verder