Wat is de betekenis van heel?

2019
2021-01-25
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

heel

heel - Bijvoeglijk naamwoord 1. niet stuk, niet gebroken De vaas was gevallen maar toch heel gebleven. 2. zonder uitzondering, in alle delen Dat is in de hele wereld het geval. heel - Bijwoord 1. in hoge mate ...

Lees verder
2018
2021-01-25
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

heel

heel - bijvoeglijk naamwoord 1. zonder dat er iets ontbreekt ♢ deze puzzel is nog heel 1. over de hele linie [in alle opzichten] 2. op het hele uur ...

Lees verder
2003
2021-01-25
Monumenten in Limburg

Encyclopedie over monumenten in Limburg (2010)

Heel

Dorp, ontstaan op de hoge oever van de Maas en voor het eerst genoemd in 1202. Op deze plaats bevond zich een Romeinse nederzetting. Het dorp Heel kwam in de 10de eeuw in bezit van het St.-Lambertuskapittel te Luik. Het werd een vrijdorp, vallend onder Neeritter. Vanaf 1417 was Heel in leen bij de heer van Horn. Tot 1795 viel het onder het prins-b...

Lees verder
1973
2021-01-25
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

heel

I. bn., 1. geheel gaaf, ongeschonden en in goede staat: die ham is nog —; zijn je schoenen goed ?; hele kousen; 2. niet stuk of in stukken: ik liet het glas vallen, maar het was nog hele en gebroken stoelen; iets maken, repareren, herstellen; hele peper, niet fijngestoten; hele grutten, gepelde gerst, gort; dat is — geweest, gewone u...

Lees verder
1950
2021-01-25
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Heel

I. bn., 1. geheel, gaaf, ongeschonden en in goede staat: die ham is nog heel; zijn je schoenen goed heel? ; hele kousen; 2. niet stuk of in stukken: ik liet het glas vallen, maar het was nog heel; hele en gebroken stoelen; ik zal het kopje lijmen, dan is het weer heel; — iets heel maken, repareren, herstellen; — hele pepe...

Lees verder
1949
2021-01-25
Boevenjargon

Geschreven door Professor Henry Roskam

heel

zie: betoft.

1916
2021-01-25
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Heel

Heel - Dorp in Limburg, hoofdplaats der gem. Heel en Panheel. De gem. is groot 1069 H.A. en telt omstr. 1500 inw. De grond is rivierklei en dil. zand (gras- en bouwland). Landbouw en veehouderij. Het dorp H. ligt 7 K.M. ten Z.W. van Roermond. Omstr. 1300 inw.

Lees verder
1898
2021-01-25
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Heel

HEEL, bn. bw. geheel, gaaf, ongeschonden en in goeden staat; ik liet het glas vallen, maar het was nog heel; heele en gebroken stoelen; ik zal het kopje lijmen, dan is het weer heel; — iets heel maken, repareeren, herstellen; — heele peper, niet fijngestooten; — heele grutten, gepelde gerst, gort; — dat is heel geweest, g...

Lees verder