Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

heel

betekenis & definitie

heel - bijvoeglijk naamwoord

1. zonder dat er iets ontbreekt
deze puzzel is nog heel
1. over de hele linie
[in alle opzichten]
2. op het hele uur
[als de klok een vol uur aanwijst]
2. niet gebroken, gebarsten of gescheurd
♢ alle kopjes zijn stuk, maar die ene is nog heel
1. niets heel laten van iets of iemand
[alleen maar negatief beoordelen]
2. er bleef geen spaan van heel
[totaal niets]
3. zonder cijfers achter de komma
♢ 556 is een heel getal
4. nog werkend
♢ mijn computer is nog heel gelukkig
5. zeer groot, sterk, belangrijk
♢ hij woont een heel eind hier vandaan
1. een hele poos
[flink lang]
2. dat is een hele aanschaf
[commentaar als iemand iets duurs heeft gekocht]
3. een hele bedoening
[een hele drukte]
4. het was een hele bevalling
[het kostte veel moeite]
5. dat is een hele eer
[een onderscheiding]
6. een heel eind komen
[je doel bijna bereiken]
7. het is een hele geschiedenis
[een lang verhaal]
8. het is een heel karwei
[niet gemakkelijk]
9. er een hele kluif aan hebben
[er veel werk aan hebben, het moeilijk vinden]
10. hij is een hele piet
[een belangrijk persoon]
11. een hele prestatie
[een knap stukje werk]
12. de hele tijd
[voortdurend]
13. het is een hele zit
[commentaar als je lang ergens moet zitten]
14. dat is een hele zorg minder
[opgelucht commentaar als een probleem is opgelost]

Algemene uitdrukkingen:
1. een heel getal
[getal dat geen breuk is]
Bijvoeglijk naamwoord: heel
de/het hele ...

Synoniemen
rond, totaal, voluit

Tegenstellingen
defect, gebroken, incompleet, kapot, stuk