Haven
v. (-s), 1. tot ligplaats voor schepen geschikt, natuurlijk of gegraven waterbekken aan de zee of aan de oever van een rivier of meer, dat beschutting aanbiedt tegen wind en golven: de haven ligt vol schepen; een haven voor oorlogsschepen; een haven binnenvallen (of aandoen), er (met zijn schip) gaan liggen; de haven...