Wat is de betekenis van haven?

2024-02-25
Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek (2009-heden)

haven

Het begrip haven heeft 2 verschillende betekenissen: 1) plaats waar schepen aanleggen. plaats waar meerdere schepen kunnen aanleggen om goederen te laden en te lossen, passagiers in te schepen of te ontschepen, of om er gedurende een bepaalde tijd beschut tegen wind en golven te liggen; ook: het gebied eromheen. In samenstellingen als par...

2024-02-25
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2024)

haven

(18e eeuw) (vaak verkleinvorm) (inf.) vrouwelijk geslachtsdeel. • (Hans Heestermans: Erotisch Woordenboek. 1980) • Hij werd van lieverlede aangestoken door haar minnezucht en schoof zich in volle lengte over haar heen. Het liefdesmoment werd vertraagd door zijn onbeholpen gebaren; Lucinde deed wat ze kon om hem in haar haventje...

2024-02-25
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

haven

haven - Zelfstandignaamwoord 1. (waterstaat) natuurlijke of aangelegde aanlegplaats voor schepen haven - Zelfstandignaamwoord 1. meervoud van het zelfstandig naamwoord haaf haven - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van havenen ♢ Ik haven 2. gebie...

2024-02-25
CBS begrippenlijst

CBS (2018)

Haven

Natuurlijk of kunstmatig aangelegd waterbassin met faciliteiten voor het afmeren en laden en lossen van schepen. Zie ook: Vaarwegkarakter

Wil je toegang tot alle 20 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-02-25
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

haven

haven - zelfstandig naamwoord uitspraak: ha-ven 1. plaats waar schepen kunnen aanleggen ♢ na een lange zeereis voer hij de haven binnen Zelfstandig naamwoord: ha-ven de haven de havens...

2024-02-25
XYZ van Amsterdam

J. Kruizinga, Gerrit Vermeer (2002)

Haven

Haven - Oorspronkelijk was de monding van de Ame (de Amstel*) aan het IJ* de haven naar het toenmalige achterland. De schepen konden vanuit de Zuiderzee, niet gehinderd door sluizen of Afsluitdijk, hun weg via het IJ naar deze toegang vinden. De eerste bewoners, stellig waren dat vissers, hebben hun woongebied met dijken en een zware dam tegen het...

2024-02-25
Dromen encyclopedie

Fink (1998)

Haven

Degene die een haven binnenkomt, heeft de bestemming van z’n reis bereikt; met andere woorden: hij komt in een nieuwe levensperiode terecht. De haven symboliseert soms ook de vervulling van een wens. (Zie ook ‘Zee’, ‘Schip’.)

2024-02-25
Woordenboek Internettaal

Martin Bannink (1995)

Haven

Letterlijk 'een toevluchtsoord'. Op een 'tinyMUD' is het een plek waar even uitgerust kan worden, omdat niemand je daar kan vermoorden. Lang niet alle MUD's kennen de mogelijkheid je medespelers om het leven te brengen, maar sommige MUD's draaien daar nu juist om (zoals 'LPMUD' en 'Diku'). Op 'tiny-MUD's' kun je elkaar om zeep helpen en betekent he...

2024-02-25
Encyclopedie van de Zaanstreek

Eindredactie Jan Pieter Woudt & Klaas Woudt (1991)

Haven

Waterstaatkundig werk met economische functie, natuurlijk ontstaan en aangepast, of gegraven. In een haven kunnen schepen afmeren om geladen of gelost te worden. Voor de Zaanstreek had vanaf de 17e eeuw het gebied rond de Voorzaan de belangrijkste havenfunctie. Voor de economische ontwikkeling van de Zaanstreek was de natuurlijke haven in dit gebie...

2024-02-25
Encyclopedie van het milieu

Oosthoek (1984)

haven

In een waterrijk land als Nederland heeft men het belang van goede havens al eeuwen geleden ingezien. Vooral in de Gouden Eeuw (17e eeuw) waren de zeehavens van buitengewoon belang, door de handel op het buitenland en de gerichtheid op de overzeese gebiedsdelen. Ook tal van binnenhavens speelden in verband met het Westeuropese achterland een rol. H...

2024-02-25
Encyclopedie van Zeeland

Kon. Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen (1982)

HAVEN

Beschutte wateroppervlakte waar schepen goederen kunnen laden en lossen en/of passagiers kunnen opnemen en afzetten. Naar gelang het gebruik kent men in Zeeland landbouw-, vissers-, handels-, veer-, vlucht-, werk- en jacht- of recreatiehavens. Aan de kanaalmonden in Terneuzen, Hansweert, Wemeldinge en Veere treft men zg. buitenhavens aan, die diens...

2024-02-25
Encyclopedie voor Zelfstudie

drs. L.A. Beeloo (1981)

Haven

beschutte ligplaats voor schepen, waar zij aan kaden, aan steigers of op boeien gemeerd kunnen worden. Op de wal bevinden zich de opslagplaatsen voor de meest uiteenlopende soorten lading, de pakhuizen of loodsen, de silo’s, de tanks, enz., bovendien alle hulpmiddelen, zoals kranen e.d. om de lading te verwerken. Schepen die op de boeien ligg...

2024-02-25
Erotisch woordenboek

Hans Heestermans (1977)

haven

haven - vrouwelijk geslachtsorgaan. Zult gij nog lang, mijn Lief! u ruige haven sluiten?, Het vermakelijk A. B. C. 9 [± 1785] De Boegspriet die altoos met de Punt vooruit, in de Haven zeilt, 336 Onderscheidene Drink-Conditiën 4 [1830].In de verb. hij is in een vreemde haven geweest, hij heeft 'n geslachtsziekte, (SEWEL 127 [1691] M...

2024-02-25
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Haven

s., haven.

2024-02-25
Woordenboek Engels (EN-NL)

Dr. F.P.H. van Wely (1951)

haven

haven; toevluchtsoord.

2024-02-25
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Haven

v. (-s), 1. tot ligplaats voor schepen geschikt, natuurlijk of gegraven waterbekken aan de zee of aan de oever van een rivier of meer, dat beschutting aanbiedt tegen wind en golven: de haven ligt vol schepen; een haven voor oorlogsschepen; een haven binnenvallen (of aandoen), er (met zijn schip) gaan liggen; de haven...

2024-02-25
De Kleine Winkler Prins

Winkler Prins (1949)

Haven

een tegen stroom, golven, wind en ijsgang meer of minder beschutting gevende en voor schepen toegankelijke wateroppervlakte.

2024-02-25
Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

HAVEN

is een tegen stroom, golven, wind en ijsgang meer of minder beschutting gevende en voor schepen toegankelijke wateroppervlakte. Waar, bij voldoende diepte, goede ankergrond (klei, kleiig zand e.d.) wordt aangetroffen, zodat schepen er veilig voor anker kunnen gaan, pleegt men de naam rede te gebruiken. Van een open rede spreekt men, w...

2024-02-25
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

haven

v. -s, haventje, 1. veilige ligplaats voor schepen: rivierhaven, zeehaven: een natuurlijke haven; een haven binnenlopen of binnenvallen; met hem is geen haven te bezeilen, geen huis te houden; 2. fig. (veilige) schuilplaats: in behouden haven zijn, veilig zijn; 3. (kust)plaats met haven, havenstad: de haven Rotterdam.

2024-02-25
Encyclopedie voor Iedereen

John Kooy (1933)

Haven

ligplaats v. schepen met landen losgelegènheden en opslagplaatsen; kan d/d natuur zijn gevormd (natuurlijke h.) of kunstmatig aangelegd (kunst-h.). Aan de rivieren gelegen heeten zij rivier-h., aan zee gelegen: zee-h.; de laatste kunnen zijn open h. of gesloten h„ door sluisdeuren afgesloten. Een h.-dam of h.hoofd beschermt de zee-h. t...