Wat is de betekenis van gerust?

2020
2021-05-11
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

gerust

Het begrip gerust heeft 3 verschillende betekenissen: 1) in een kalme stemming verkerend. in een kalme stemming verkerend, waarin men niet bevreesd of bezorgd is. 2) van iemand in kalme stemming. van of als van iemand in kalme stemming; van of als van iemand die niet bevreesd of bezorgd is. 3) zonder bezwaar. zonder bezwaar;...

Lees verder
2019
2021-05-11
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

gerust

gerust - Werkwoord 1. voltooid deelwoord van rusten gerust - Bijvoeglijk naamwoord 1. zonder angst of zorg Na dat gesprek was hij in een heel wat gerustere stemming dan voorheen. gerust - Bijwoord 1. op geruste wijze Bekijk gerus...

Lees verder
2018
2021-05-11
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

gerust

gerust - bijwoord uitspraak: ge-rust 1. zonder bezwaar ♢ kom gerust eens koffiedrinken! Bijwoord: ge-rust

Lees verder
1973
2021-05-11
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

gerust

(-er, meest -), I. bn., 1. rustig, kalm gestemd: zij slaapt —; 2. rustig, zonder vrees voor onheil, straf of zelfverwijt: ik ben niet -, zolang hij niet thuis is; wees —, maak u niet bezorgd; een geweten, gemoed, dat geen schuld voelt; (metonymisch) zich kenmerkend door de rustige stemming van de persoon die erbij betrokken is: zijn o...

Lees verder
1952
2021-05-11
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Gerust

adj. & adv., gerêst, rêstich; (adv.) feilich, frij.

1898
2021-05-11
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gerust

GERUST, bn. bw. (-er, meest-), rustig, kalm gestemd zij slaapt gerust: een gerust en onbezwaard geweien; — (Zuidn. ook van plaatsen) kalm, rustig: de kermis is voorbij, het dorp is weer gerust; — (gew.) iemand gerust laten, hem met rust, met vrede laten; — rustig, omdat men niet behoeft te vreezen voor onheil, straf of zelfverwi...

Lees verder