Wat is de betekenis van Genade?

2019
2023-02-08
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

genade

genade - Zelfstandignaamwoord 1. het afzien van een gerechtvaardigde bestraffing Dat was meer genade dan recht. Antoniemen ongenade

Lees verder
2018
2023-02-08
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

genade

genade - zelfstandig naamwoord uitspraak: ge-na-de 1. het kwijtschelden van iemands schuld ♢ voor deze keer schenk ik je genade 1. iemand weer in genade aannemen [het gebeurde vergeten]...

Lees verder
2000
2023-02-08
Bijbels Lexicon

Door Karina van Dalen-Oskam & Marijke Mooijaart

Genade

Genade, goddelijke gunst of gave. Zie ook Gods gratie onder God. Genade Gods, Gods genade, Gods goedgunstige vergeving van de zonden van de mens. Genade ‘goedgunstigheid’ in het algemeen is ook buiten de bijbel bekend. Niet zelden wordt echter specifiek ook, al of niet ironisch, over de goddelijke genade gesproken als een gave of gunst ‘van boven’...

Lees verder
1997
2023-02-08
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

genade

In het Middelnederlands noteren wij reeds de eedformule bider liever gods ghenaden ‘bij de genade van Onze-Lieve-Heer’. Deze formule ontwikkelde zich tot krachtterm en uitroep, net zoals Gods heilige genade. In de verbinding grote genade is genade een eufemistisch substituut voor God. Wij kennen nog ...

Lees verder
1982
2023-02-08
De Tale Kanaans

J. van Delden

genade

de vergevensgezinde goedertierenheid, door God aan de zondaren bewezen; in het bijzonder de (niet verdiende) gunst van God met betrekking tot de voorrechten die de mens in Christus bewezen worden.

1981
2023-02-08
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Genade

gunst, vergeving, goddelijke hulp aan de mens. In de katholieke theologie gebruikt men veel de term: heiligmakende genade. Hieronder verstaat men de gunst dat God zich over de zondige mens ontfermt en hem aanvaardt als Zijn kind. De sacramenten spelen een grote rol in het genadecontact met God.

Lees verder
1973
2023-02-08
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

genade

v./m. (-s, -n), (ook: gena), 1. goedertierenheid, vergevensgezindheid: aan iemands overgeleverd zijn; hij is zonder —, toont niet de minste barmhartigheid; zich op — of ongenade aan iemand overgeven, zich onvoorwaardelijk overgeven; — voor recht laten gelden, uit barmhartigheid iemand zijn straf kwijtschelden of niet opleggen; 2....

Lees verder
1967
2023-02-08
Kerkelijk woordenboek

Termen uit het katholieke leven (1967)

Genade

een bovennatuurlijke gave, die door God aan het redelijk schepsel gegeven wordt tot zijn zaligheid, zonder zijn verdiensten. Zij is voor ons verdiend door Jesus Christus. Zij wordt verdeeld in → heiligmakende genade en → dadelijke genade of genade van bijstand. Het geloof leert, dat de dadelijke genade voor allen volstrekt noodzakelijk is...

Lees verder
1955
2023-02-08
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Genade

gunst; bevalligheid; de drie gratiën: de drie godinnen der bevalligheid: Aglaja, Thalia, Euphrosyne.

1955
2023-02-08
Katholicisme encyclopedie

Onder redactie van Prof. dr. J.C. Groot

GENADE

De bijbelse oorsprong van het woord genade ligt in verschillende Hebreeuwse woorden, vooral in ckesed, dat in de Septuagint wordt weergegeven door eleos en charis, in de Vulgaat door misericordia en gratia. De betekenis van chesed is: de houding van hulpvaardige trouw, de goedgunstigheid, en ook de daad van trouw, de dienst, de gunst, die bewezen w...

Lees verder
1952
2023-02-08
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Genade

s., genede.

1949
2023-02-08
De Kleine Winkler Prins

Encyclopedie van A tot Z - 1949

Genade

in het Rooms-Katholicisme de bovennatuurlijke gaven, die ons worden geschonken om de zaligheid te bereiken en die Christus voor ons heeft verdiend. In het Protestantisme is G. de paradoxale verbinding van Gods heiligheid en liefde, Gods - verbeurde - gunst, de vergeving der zonde; G. sluit elke verdienste, voortvloeiend uit de „werken der wet...

Lees verder
1947
2023-02-08
Winkler Prins Encyclopedie

Winkler Prins 1947

GENADE

(1, De Bijbel). In het O.T. is genade de welwillendheid, de gunst van de superieur. Jozef vindt genade in de ogen van zijn meester (Gen. 39 : 4), Esther bij Ahasveros (Esther 5:2). Abraham vraagt genade, gunst te vinden in de ogen des Heren (Gen. 18 : 3), en in Ps. 123 slaan de vromen het oog op God, tot Hij hun genadig, goedgunstig gezind is. Het...

Lees verder
1937
2023-02-08
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

genade

v. (1 barmhartigheid; onverdiende of onverplichte goedertierenheid inz. van God; 2 R.-K. innerlijke, bovennatuurlijke hulp of gave, die God ter wille van Christus’ verdienste den mens verleent om zijn bovennatuurlijke bestemming te bereiken; 3 goedertierenheid, vergevensgezindheid van overheden, overwinnaars, rechters tegenover misdadigers, o...

Lees verder
1933
2023-02-08
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Genade

vrijwillige goedheid v/e meerdere tegenover een mindere, i/h bijz. v. God tegenover de menschen; ook gratie.

1933
2023-02-08
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Genade

Genade - (Gr.: charis). Eerste beteekenis: om niet, onverschuldigde gave. Meest algemeene verdeeling: genade tot eigen heil van den mensch (gratia graturn faciens); genade voor het heil van anderen geschonken (gratia gratis data). Over deze laatste zie → Charisma. Hier wordt uitsluitend gehandeld over de genade tot eigen heil geschonken: een...

Lees verder
1930
2023-02-08
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

genade

(gə'na:də) v. (-n) I. Eig. 1. gunst die men bewijst : a. Algm. goedertierenheid vooral van God : door Gods -; keizer, koning bij of door Gods -; uit -; dichter, kunstenaar bij of van Gods -„ van nature; van iemands afhangen, moeten leven; wel goeie of grote -! lieve hemel! →: God. b. Inz. vergevensgezinde goedertierenheid : d...

Lees verder
1926
2023-02-08
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Genade

is de deugd Gods om in liefde te denken aan en te zorgen voor arme, geringe, zondige schepselen, en is ook de naam van alles wat dezen van dien genadigen God ontvangen, zoo voor het tijdelijke als voor het eeuwige leven. Velen zijn gewoon bij genade alleen en uitsluitend te denken aan de vergeving der zonden, aan de gratie of genade die den doemsch...

Lees verder
1916
2023-02-08
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Genade

Genade - in het algemeen de vrije uitvloeiing van Gods liefde, zonder verdienste of aanspraak van den ontvanger. Zoo is de schepping, het leven, elk goed genade-gave. Gewoonlijk beteekent g. in het bijzonder de uiting van Gods liefde jegens den zondigen mensch; het is dan gratiebetooning, verbeurde gunst, bestaande in vergeving van zonde en wederop...

Lees verder
1911
2023-02-08
pluim

Keur van Nederlansche woordafleidingen

Genade

van den Idg. wt. neth = zich neigen, Skr. natha = hulp, toevlucht; Got. nithan — helpen, ondersteunen. Genade is dus eigenlijk: „geneigdheid”, genegenheid, hulp. In ’t Mnl. was genade ook ootmoed, dus „geneigd tot onderworpenheid”. Vgl.: „Ic come God te ghenade.”