Genade betekenis & definitie

Genade, goddelijke gunst of gave. Zie ook Gods gratie onder God.

Genade Gods, Gods genade, Gods goedgunstige vergeving van de zonden van de mens.

Genade ‘goedgunstigheid’ in het algemeen is ook buiten de bijbel bekend. Niet zelden wordt echter specifiek ook, al of niet ironisch, over de goddelijke genade gesproken als een gave of gunst ‘van boven’, in de algemene en zeker in de literaire taal. Binnen de christelijke theologie zijn het woord en het begrip ‘genade’ van cruciaal belang, onder andere wegens de onderscheiden opvattingen van rooms-katholieke en reformatorische kerken hierover.

Bijbelcitaat: Rijmbijbel (1271), v. 2612-2616. Die riviere dats die werelt. / Daer die stroem in kerd ende duerelt. / Ende emmermeer es onghestade. / Ne dade dat cruce ende gods ghenade. / Nie[m]e[n]e ne mochte die werelt liden. (De rivier betekent de wereld, waar de stroom in draait en wendt, en die altijd veranderlijk is. Zonder het kruis en Gods genade kon niemand door de wereld komen.)

Gebruiksvoorbeeld: Het [de gave om iets te kunnen maken] is een genade die niet afgedwongen kan worden door ontzegging van eten en liefde. Maar moet men dan niet leeg zijn van alles -- zoals de auteurs van m’n opklapbed zeggen -- om die genadegift te ontvangen? (F.B. Hotz, Het werk, 1997 (Proefspel, 1980), dl. 1, p. 578)

Gebruiksvoorbeeld: Ze lieten hem dan maar en vertrouwden gelijk ze het altijd hadden gedaan: op gods genade. (L.P. Boon, De Kapellekensbaan/Zomer te Termuren, 1980 (1953/1956), p. 128)

Genadekruid, plant uit de helmkruidfamilie, een vrij zeldzame, op heide en vochtig terrein groeiende plant; galkruid (Gratiola officinalis L.).

De naam is waarschijnlijk vertaald uit het Latijn Gratia Dei en oude volksnamen zijn dan ook onder andere godsgenade en godsgratie. De verklaring zou gelegen kunnen zijn in een legende waarin het kruid de duivel verjaagt, of in de krachtige geneeskrachtige werking tegen koorts en als zuiveringsmiddel.

Gebruiksvoorbeeld: In Juni, Juli en Augustus bloeit bij ons, hoewel vrij zeldzaam, op moerassigen grond het genadekruid. (M.C. Blöte-Obbes, De geurende kruidhof, 1946, p. 237)

Genade of geen genade vinden in iemands ogen, de goedkeuring van die persoon (niet) kunnen wegdragen. Ook alleen:

(Geen) genade vinden, niet goedgekeurd of geaccepteerd worden.

Regelmatig wordt in het Oude Testament in deze termen verwoord dat iemand in de gunst van een zeker andere persoon staat, of hem andersom juist niet welgevallig is. Zoals in Numeri 11:11, waarin Mozes tot God spreekt: ‘Waarom hebt Gij uw knecht slecht behandeld en waarom heb ik geen genade gevonden in uw ogen, dat Gij de last van dit gehele volk op mij legt?’ (NGB-vertaling) Nu zijn het meestal zaken (situaties, beslissingen, instellingen) waarop we de uitdrukking toepassen, en dan doorgaans in de negatieve variant. De NBV kent de formulering genade vinden niet meer.

Bijbelcitaat:Statenvertaling (1637), Ester 5:8. Indien ick genade gevonden hebbe in de oogen des Conincks [...], so kome de Coninck [...] tot de maeltijt die ick hem bereyden sal.

Gebruiksvoorbeeld: En de bemesting van de tuin had zelfs in de ogen van boer Braamskamp genade kunnen vinden. (Meppeler Courant, nov. 1993)

Gebruiksvoorbeeld: Mevrouw Noorman-den Uyl (PvdA): Ik verwijs hierbij naar het debatje met de heer Van

Hoof. Ik heb begrepen dat de methode die gevolgd is bij de behandeling van

de nabestaandenwet geen genade kon vinden in de ogen van de heer Van

Middelkoop. (Tweede Kamer, nov. 1995)

Gebruiksvoorbeeld: Wat hij zoekt en verwerpt vindt géén genade in de ogen van de maatschappij. Hij hoort tot een nieuwe minderheid die om erkenning schrééuwt. Hij is ... een a-sexueel. (D. Frenkel Frank, De kleinste hond ter wereld en andere eigentijdse ongemakken, 1980, p. 133)

Gepubliceerd op 11-05-2017