Wat is de betekenis van Gelijken?

2018
2022-10-06
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

gelijken

gelijken - onregelmatig werkwoord uitspraak: ge-lij-ken 1. er overeenkomst mee vertonen ♢ deze twee documenten gelijken op elkaar 1. een gelijkend portret [het lijkt op de echte persoon]...

Lees verder
2004
2022-10-06
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema

gelijken

(geleek, geleken) in België vaak naast: lijken. Het team van de Archeologische Dienst Waasland (ADW) legde onlangs een tweede kogge bloot in de geul van het toekomstige Deurganckdok. De vondst gelijkt sterk op wat in oktober 2000 aan het licht kwam. - GvA, 12-08-2002.

Lees verder
1998
2022-10-06
drs. Toine van Hoof

AUTEUR VAN HET BRIDGE WOORDENBOEK - "BRIDGE OPZOEKBOEK" (UITGAVE 1998)

gelijken

Kaarten van een kleur in één hand die opvolgend in hoogte zijn of geworden zijn doordat de tussenliggende kaart(en) reeds zijn gespeeld.

1973
2022-10-06
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

gelijken

(geleek, heeft geleken), 1. gelijk zijn (aan iemand of iets), geheel (ermee) overeenkomen, evenaren; 2. in veel opzichten of in zekere mate overeenkomen, lijken (het gewone woord in de spreekt.): de zieke geleek wel een geraamte; — op, in uiterlijk overeenkomen met, vooral van de gelaatstrekken van personen gezegd: zij — op elkaar als...

Lees verder
1952
2022-10-06
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Gelijken

v., lykje; — op, lykje, likenje op, oan, (wei)hawwe fan, slachte nei; precies op iem. —, immen út 'e mûle bek stapt, snien wêze; nergens meer op -d dan, net liker as.

1937
2022-10-06
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

gelijken

geleek, h. geleken (1 gelijk zijn aan; evenaren; overeenkomen, min of meer gelijk zijn, meestal lijken; 2 Z.-N. bevallen; ook: goed staan): 1. niemand, die haar gelijkt; een ring, die bijzonder veel op tin geleek; op een haar op iem. gelijken; 2. Z.-N. zijn manieren gelijken mij niet; die hoed gelijkt u niet.

Lees verder
1930
2022-10-06
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

gelijken

(gə'lijkən) (geleek, geleken ; heeft geleken) 1. min of meer gelijk zijn : (op) iemand sprekend -; een ring die veel op tin geleek; uw karakter gelijkt niet naar dat van uw moeder. → druppel, haar. Syn. slachten. 2. lijken. 3. aanstaan, bevallen : dat huis gelijkt mij niet.

Lees verder
1898
2022-10-06
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gelijken

GELIJKEN, (geleek, heeft geleken), (in gewone taal lijken, lijken op) gelijk zijn (aan iem. of iets), geheel (er mede) overeenkomen, evenaren: geen naam, die dezen naam gelijkt of schooner in 't geschiedboek prijkt; doch wie gelijkt dien held in kracht en dapperheid !; — in vele opzichten, of, in wekere mate overeenkomen de zieke geleek...

Lees verder