Wat is de betekenis van eindeloos?

2020
2022-05-20
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

eindeloos

(1966) (jeugd) geweldig, leuk, prachtig. • Vooral 'Gimme some loving' van Spencer Davis zongen ze eindeloos. (Hitweek, 30/12/1966) • En op de Dam bij 't monument Zit je geweldloos op je krent Je versiert een eindeloze meid Maar raakt haar aan een neger kwijt. (Kees van Kooten & Wim de Bie: Dat is de blues. 1969) &b...

Lees verder
2019
2022-05-20
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

eindeloos

eindeloos - Bijvoeglijk naamwoord 1. waaraan geen einde komt of althans schijnt te komen Die eindeloze oorlog is een bron van veel ellende. 2. heel fijn Het was een eindeloze vakantie mooi weer, geen wind, lekker zonnetje en toch niet te warm....

Lees verder
2018
2022-05-20
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

eindeloos

eindeloos - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: ein-de-loos 1. waar geen einde aan lijkt te komen ♢ de middag duurde eindeloos 2. heel erg goed of leuk ♢ het was een eindeloos feest! Bij...

Lees verder
1973
2022-05-20
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Eindeloos

I. bn., 1. zonder einde, oneindig: de eindeloze ruimte; 2. (schijnbaar) nooit ophoudend, aldoor durend: dat eindeloze vragen, getob; II. bw., 1.zonder ophouden, zo dat er geen einde aan komt of schijnt te komen: het duurt eindeloos lang; 2. in de hoogste mate: zij zijn gelukkig; 3. (oneig.) heerlijk, prachtig; III. zn., v./m., volksnaam voo...

Lees verder
1952
2022-05-20
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Eindeloos

adj. & adv., einleas, sûnder ein.

1950
2022-05-20
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Eindeloos

I. bn., 1. zonder einde, oneindig: de eindeloze ruimte; 2. (schijnbaar) nooit ophoudend, aldoor durend : dat eindeloze vragen, getob ; II. bw., 1. zonder ophouden, zo dat er geen einde aan komt of schijnt te komen : eindeloos ruist de zee ; het duurt eindeloos lang ; 2. in de hoogste mate: God is eindeloos goed; zij zijn eindeloos gelukkig ;...

Lees verder
1937
2022-05-20
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

eindeloos

I. bn. (1 v. e. afstand enz.; zonder einde, nergens eindigend; oneindig; zeer uitgestrekt, onafzienbaar; 2 v. e. duur, handeling: nooit ophoudend): 1. de eindeloze heide; 2. een eindeloze twist, herhaling. II. bw. (1 zonder ophouden, zonder einde; 2 zo, dat er geen einde aan komt of schijnt te komen; 3 zeer; oneindig): 1. dat eindeloos critizeren...

Lees verder
1926
2022-05-20
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Eindeloos

= zonder einde; dit woord wordt gebruikt van datgene, wat geen einde heeft, hoewel het wel een einde zou kunnen hebben; in onderscheiding van oneindig, dat ook beteekent: zonder einde, maar in dien zin, dat elke gedachte aan een einde ten eenenmale is uitgesloten, waarom dit woord alleen van God kan worden gebezigd.

1898
2022-05-20
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Eindeloos

Het begrip eindeloos heeft 2 verschillende betekenissen: 1. eindeloos - EINDELOOS, v. (plantk.) volksnaam voor de zeedistel (eryngium maritimum), ook blauwe stekel, duinstekel, zeekruisdistel en zeestekel geheeten. 2. eindeloos - EINDELOOS, bn. bw. zonder einde, oneindig eindelooze ruimte; — aldoor durend: dat eindelooze vragen, getob. EIND...

Lees verder