Eerbied
m., g. mv., 1. gevoel van bewondering om meerderheid, inz. op geestelijk of zedelijk gebied: eerbied voor iemand gevoelen; daar moet je eerbied voor hebben; eerbied voor het gezag; — als beleefdheidsterm: met alle, met verschuldigde eerbied; — akte van eerbied, akte die men passeert voor de kantonrecht...