Duur
m., g. mv., 1. het begrip voortduren: de eeuwigheid is zonder duur; 2. tijdruimte die iets beslaat: de duur van de dagelijkse arbeid mag niet boven acht uur gaan; het leven is kort van duur; de vreugde was van korte duur; 3. de eigenschap of toestand van lang te duren, lange tijdruimte: kleren op de duur maken,...