Wat is de betekenis van dat?

2019
2021-04-16
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

dat

dat - Voegwoord 1. een voegwoord dat een lijdend-voorwerpszin inluidt     ♢ Hij zei dat hij het niet begreep. 2. een voegwoord dat een onderwerpszin inluidt     ♢ Dat hij geen afscheid had kunnen nemen, was voor hem een bron van groot verdriet. dat - Aanwijz...

Lees verder
2018
2021-04-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

dat

dat - voornaamwoord, voegwoord 1. geeft aan dat het wat verder bij de spreker vandaan is ♢ dit boek vind ik mooi, maar dat niet 2. waarmee je verwijst ♢ het hondje dat aan kwam lopen, moet hier weg ...

Lees verder
2017
2021-04-16
Wiki

Samenvattingen van Wikipedia artikelen.

DAT

De originele ADAT en de ADAT XT konden 16 bits per sample opnemen. ADAT is een professioneel formaat en ook al is het vervangen door computer-gebaseerde digitale werkstations, wordt ADAT nog steeds door sommigen gebruikt in de opname industrie. Ook al is het een band-gebaseerd formaat, ADAT wordt nog steeds als term gebruikt om de Alesis ADAT HD24...

Lees verder
1999
2021-04-16
Woordenboek van Neologismen

Geschreven door Marc de Coster ©

Dat

Dat - acroniem van digitale audio tape. Zie dat-recorder.

1997
2021-04-16
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

dat

zie dit.

1991
2021-04-16
Lesbotaal Lexicon (1991)

Lesbiaans : lexicon van de lesbotaal (1991). Geschreven door Kunst, Hanneke, en Xandra Schutte.

Dat

Dat - zeer bedekte aanduiding voor lesbisch, lesbisch-zijn of lesbiennes. Voor iedereen was het een openbaring dat we vrij uit over ‘DAT’ konden spreken, een gesloten boek dat opeens open mocht. (Van Kooten Niekerk & Wijmer, 1985). Een tijdje geleden waren twee vrouwen elkaar aan het masseren in de sauna, daar zeg ik dan wat van...

Lees verder
1973
2021-04-16
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

dat

I. vn. (mv. die), 1. aanw. vn. voor het onzijdig geslacht, zelfst. en bijv., wijst iets aan dat zich niet in de onmiddellijke nabijheid van de spreker bevindt: nieuwe huis is van Lies; ook gebruikt als men iets niet nader specificeren wil: hij heeft en gezegd; wijst terug op iets dat tevoren genoemd is: (wat u daar beweert) is nog zo zeker niet; wi...

Lees verder
1955
2021-04-16
vreemd

Vreemde woordenboek

Dat

datum; datief

1952
2021-04-16
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Dat

1. conj., dat. 2. pron., dat.

Lees verder
1950
2021-04-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Dat

(mv. die), I. vnw., 1. aanw. vn. voor het onz. geslacht, zelfst. en bijv., wijst iets aan dat zich niet in de onmiddellijke nabijheid des sprekers bevindt: dat dorp is Voorburg; dat (hetgeen gij daar ziet) is Voorburg ; — ook gebruikt als men iets niet nader specificeren wil: hij heeft dat en dat gezegd; — wijst terug op iets dat tevor...

Lees verder
1948
2021-04-16
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

dat

= 1 datum; 2 datief.

1916
2021-04-16
Technisch woordenboek

H.J. van Eyk

Dat

Datum, gegeven, uitgevaardigd, dagteekening.

1910
2021-04-16
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Dat

datum (gegeven, ook dagteekening).

1898
2021-04-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Dat

Het begrip dat heeft 3 verschillende betekenissen: 1. dat - DAT, aanw. vn., zelfst. en bijv., onz., (mv. die) wijst iets aan, dat zich niet in de onmiddellijke nabijheid des sprekers bevindt: dat dorp is Voorburg; dat (hetgeen gij daar ziet) is Voorburg; — wijst terug op eene tevoren genoemde zelfstandigheid met dat kind kan geen onderwijzer...

Lees verder