Dal
o. (-en), 1. inzinking of laagte tussen bergen, heuvels of (hoog)vlakten; — het dal van de Reuss, het dal waardoor die rivier stroomt, het Reussdal; — over berg en dal, van alle kanten, (ook) van verre oorden; (ook) overal heen; — bergen en dalen ontmoeten elkander niet, maar mensen wel, men staat soms onverwa...