Wat is de betekenis van Cordon?

2017
2021-02-25
Gert Crum

Champagne compleet

Cordon

een term voor de manchet van fijne belletjes die de bovenkant van het glas vult direct na het uitschenken van een champagne.

1973
2021-02-25
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

cordon

➝kordon.

1954
2021-02-25
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Cordon

Indien men een jonge vruchtboom belet om zijgesteltakken te vormen en alle zijtakken insnoeit met de bedoeling hiervan vruchthout te maken, krijgt men een model dat men tegenwoordig c. noemt, terwijl het vroeger de naam van snoer droeg. Meestal wordt de centrale as schuin opgeleid en aangebonden. Men geeft deze een schuine stand omdat dit te sterke...

Lees verder
1949
2021-02-25
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Cordon

(Fr.), lijn, afsluitende lijn van troepen.

1948
2021-02-25
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

cordon

(Fr.) o. 1 (orde)llnt, snoer; hoedeband; 2 muurlijst; 3 (omsingelende) lijn v. troepen; 4 verweerlinie, tegen de sluikhandel of tegen uitbreiding v. besmettelijke ziekten (ook: ~ sanitaire); ~ bleu, bekwame kok.

1933
2021-02-25
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Cordon

Cordon - Ook cordonlijst of gordelIijst, heet in de bouwkunst een weinig vooruitspringende bolle lijst, welke tusschen de verdiepingen van een gevel loopt, de geleding van het gebouw aangeeft en er niet zelden de horizontale rust van bewerkstelligt. Oorspronkelijk (in de Romeinsche bouwkunst) is het een ingekrompen hoofdgestel boven pilasters of ha...

Lees verder
1916
2021-02-25
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Cordon

Cordon - (Fr.), 1) eig. verkleinwoord van „corde”, lint, band, koord, in het bijzonder het lint, behoorende bij het grootkruis van een ridderorde, dat van de schouders dwars over de borst tot op den heup gedragen wordt; — 2) (krijgsk.), een samenhangende keten van wachten en posten, welke dient tot bescherming van een bepaalde landstreek of tot afs...

Lees verder
1914
2021-02-25
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

cordon

cordon, - o., snoer; hoedeband; grensbezetting, omsluiting eener besmette streek, enz.; „cordon bleu”; bekwame kok of keukenmeid; „cordon sanitaire”, wacht om de verspreiding van besmetting tegen te gaan.

1908
2021-02-25
Vivat

Schrijver op Ensie

Cordon

fr. Lint, band ; koord in het bijzonder het lint eener hooge ridderordeklasse, dat van de schouders dwars over de borst tot op den heup gedragen wordt. In de krijgskunde een reeks van uitgezette posten. Ook op bepaalde afstanden geplaatste beambten, welke hebben zorg te dragen, dat niets ongeoorloofds voorbij gaat, b.v. in door veeziekte besmette s...

Lees verder
1898
2021-02-25
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Cordon

CORDON, o. (-s), zie KORDON.

1864
2021-02-25
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

cordon

cordon - o. (cordons), band, snoer; grensbezetting (door militair.); lijn van grensafsluiting (ter voorkoming van smokkelarij, ter wering van besmettelijke ziekten enz.); een cordon trekken