Wat is de betekenis van chef?

2026-01-18
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Chef

(<Fr.), m. (-s), 1. persoon die aan het hoofd staat: de chef ener afdeling, inz. aan een ministerie; — chef de bureau, eerste ambtenaar van een afdeling bü uitgebreide administratiën, inz. bij de spoorwegen; chef van de generale staf; (spoorw.) chef van een station, kortweg chef; — de c...

Wil je toegang tot alle 20 resultaten?

Studenten van onderstaande onderwijsinstellingen hebben gratis toegang

Universiteit Leiden University of Amsterdam Universiteit Utrecht
2026-01-18
Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek (2009-heden)

chef

baas; hoofd. iemand die voor zijn beroep de leiding heeft en aan het hoofd van een organisatie, bedrijf of afdeling staat; hoofd; baas. Voorbeelden: Het liefst was hij chef geworden van een team dat in feite geen chef nodig had maar tot ieders tevredenheid zichzelf wist te organiseren. Yves Petry, De laatste woorden van Leo Wekema...