Wat is de betekenis van Bedijken?

1982
2022-01-22
Encyclopedie van Zeeland

Alles over Zeeland

BEDIJKEN

Aanleggen van dijken ter bescherming van gronden tegen overstromen door het buitenwater, meestal uit een oogpunt van landaanwinning. Uiteraard komen in hoofdzaak alleen zeekleipolders door bedijking tot stand. Algemeen wordt thans aangenomen dat voor het jaar 1000 geen volwaardige zeedijken in zuidwest Nederland zijn aangelegd. In Zeeland zijn sind...

Lees verder
1973
2022-01-22
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Bedijken

(bedijkte, heeft bedijkt), 1. met dijken omringen: laaggelegen land, slikgronden, een polder bedijken; 2. met een dijk afsluiten, met het doel droog te maken of in te polderen: een golf, een zeeboezem bedijken; 3. dijken leggen langs: een rivier bedijken.

Lees verder
1954
2022-01-22
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Bedijken

Met een dijk omringen of afsluiten van: a. aanwassen, opwassen of andere buitendijkse gronden (z. Landaanwinning); b. reeds binnen de zee- of rivierwaterkering gelegen gronden, die tot dusver boezemland geweest zijn; c. veenplassen, meren of diepere gedeelten van de zee met de bedoeling deze droog te malen en een droogmakerij te vormen. Heeft mee...

Lees verder
1952
2022-01-22
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Bedijken

v., bidykje, yndykje.

1950
2022-01-22
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Bedijken

(bedijkte, heeft bedijkt), 1. met dijken omringen: laag gelegen land, stikgronden, een polder bedijken; 2. met een dijk afsluiten, met het doel om droog te maken of in te polderen: een golf, een zeeboezem bedijken ; 3. dijken leggen langs : een rivier bedijken.

Lees verder
1947
2022-01-22
Winkler

Winkler Prins 1947

Bedijken

betekent met een dijk tegen water van buiten beschermen. Men gaat over tot het bedijken van: 1. gorzen, schorren of kwelders, zgn. nieuwe gronden, langs de benedenrivieren, zeeboezems en wadden, wanneer zij daartoe rijp zijn, d.w.z. in het algemeen tot de hoogte van dagelijks hoog water aangewassen of opgeslikt zijn en dan hoog genoeg liggen, dat n...

Lees verder
1937
2022-01-22
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

bedijken

bedijkte, h. bedijkt (met een dijk of dijken omgeven, een dijk of dijken langs iets leggen): een streek lands bedijken, een meer bedijken en droogmalen.

1916
2022-01-22
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Bedijken

Bedijken, - met een of meer dijken omringen, teneinde het ombloten land onafhankel. te maken van den buitenwaterstand. Zie BEDIJKING.

1898
2022-01-22
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Bedijken

BEDIJKEN, (bedijkte, heeft bedijkt), met dijken omringen laag gelegen land, slikgronden, een polder bedijken; — met een dijk afsluiten, met het doel om droog te maken of in te polderen een golf, een zeeboezem bedijken; — dijken erlangs leggen eene rivier bedijken. BEDIJKER, m. (-s), iem. die land wint door bedijking.

Lees verder