Wat is de betekenis van Bakje?

2019
2023-02-08
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

bakje

bakje - Zelfstandignaamwoord 1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord bak

Lees verder
2017
2023-02-08
Ewoud Sanders

Journalist, taalhistoricus, trainer

Bakje

De borrel naam bakje was in Noord en Zuid wijdverbreid en is dus in een groot aantal woordenboeken en dialect verzamelingen opgetekend. Het woord is in deze betekenis in 1839 voor het eerst gevonden. Al vanaf de 16de eeuw wordt hak in het Nederlands gebruikt voor 'drinkbeker, kelk'. In Vlaanderen was het bovendien een 'maat voor eenige natte waren'...

Lees verder
2016
2023-02-08
Culinair van a tot z

Culinair van a tot z

bakje

a. Papieren of porseleinen bakje, bestemd voor o.a.ragoutvullingen (= caisse); b. Ovale of ronde bakjes, gemaakt van korst- of bladerdeegdie gevuld kunnen worden met o.a. ragout e.d. (= barquettes) ​

Lees verder
1973
2023-02-08
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Bakje

o. (-s), 1. kleine bak: het drupt, zet er een Bakje onder; 2. kopje: een Bakje koffie; nog een Bakje zetten.

Lees verder
1950
2023-02-08
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Bakje

o. (-s), 1. kleine bak: het drupt, zet er een bakje onder ; vgl. centen-, as-, zaadbakje ; — met het bakje rondgaan (van kermisgasten enz.), centen ophalen; — een gezicht zetten als (een) bakje, zijn lip op het derde knoopsgat laten hangen ; — 2. kopje, kommetje (gemeenz.) : een bakje koffie ; ...

Lees verder
1937
2023-02-08
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

bakje

o. bakjes (1 schoteltje; 2 kopje [koffie]; 3 stud. rijtuig): 1. een bakje onder een bloempot; 2. een bakje koffie; 3. een bakje nemen.

Lees verder
1930
2023-02-08
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

bakje

('bakjә) o. (-s) vklw. van → bak.

1898
2023-02-08
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

BAKJE

o. een kleine bak ; centen-, speldenbakje, zaadbakje, (in vogelkooien); — met het bakje rondgaan (van kermisgasten enz.), centen ophalen; — schoteltje, kommetje (gemeenz.) een bakje koffie; nog een bakje zetten; — de vrouwen zetten een sterk bakje, babbelen veel; — een bakje nemen, een rijtuig; — een gezicht zetten...

Lees verder