Wat is de betekenis van ARGUMENTUM?

1950
2021-02-27
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Argumentum

(Lat.), o. (...ta), argument; argumentum ad hominem, argument op de man af, ontleend aan de toestand, de woorden of de belangen van hem met wie men een discussie voert; (scherts.) oorvijg ; — argumentum ad rem, bewijsvoering die tot de behandelde zaak veel afdoet; — argumentum a contrario, gevolgtrekking bij wege va...

Lees verder
1937
2021-02-27
Scholastiek Lexicon

Latijns-Nederlandsch

ARGUMENTUM

1. Betoog, bewijsvoering. 2. Bewijs, bewijsgrond. Argumentum absolutum, Volstrekte bewijsgrond. Argumentum alloiologicum, Voorwaardelijke bewijsgrond, voorwaardelijkheidsbewijs, BEYSENS, THEODICEE 118. Argumentum apodicticum, Afdoend bewijs. Argumentum auctoritatis, Gezagsbewijs. Argumentum causalitatis, Oorzakeli...

Lees verder
1933
2021-02-27
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Argumentum

Argumentum - heet dikwijls in Lat. bijbels het voorwoord, dat over den schrijver, het karakter en de beteekenis, den oorsprong en geschiedenis van het betreffende bijbelboek inlicht (ook Praefatio of Prologus). Deze a. zijn van zeer ouden datum en na St. Hiëronymus ook in de Vulgaat opgenomen. Zij hadden invloed op de iconographie der Evangelisten....

Lees verder
1898
2021-02-27
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

ARGUMENTUM

o. argumentum ad hominem, een argument op den man af, ontleend aan den toestand, de woorden of de belangen van hem met wien men eene discussie voert; (scherts.) oorvijg; — argumentum ad rem, bewijsvoering die tot de behandelde zaak veel afdoet; — argumentum a posteriori, bewijs uit de ervaring geput; — argumentum a priori, bewij...

Lees verder