Wat is de betekenis van Ambtenaar?

2021
2022-08-11
Redactie Ensie

Schrijver op Ensie

Ambtenaar

Een ambtenaar is een persoon die is aangewezen om in openbare dienst werkzaam te zijn in een door de overheid beheerde dienst. Iemand wordt dan ook vaak benoemd als ambtenaar, wanneer hij of zij werkt voor een overheidsinstantie. Een ambtenaar is ondergeschikt aan een hoger gezag en is aangesteld in een openbare betrekking. Een ambtenaar verricht...

Lees verder
2020
2022-08-11
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

ambtenaar

iemand in overheidsdienst. iemand die voor zijn beroep, in dienst van een overheid of een openbaar lichaam, publieke taken verricht; ook: het beroep van ambtenaar. Voorbeelden: Men bedenke dat ik de jongste en laatst aangekomen ambtenaar ben op mijn bureau. J.J. Voskuil, Requiem voor een vriend, 2002 Hij moet, in zijn functie...

Lees verder
2019
2022-08-11
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

ambtenaar

ambtenaar - Zelfstandignaamwoord 1. (beroep) een mannelijk persoon die aangesteld is in een door de overheid beheerde dienst Er is morgen een vergadering van alle ambtenaren. Woordherkomst Afgeleid van ambt met het achtervoegsel -enaar Verwante begrippen beambte

Lees verder
2018
2022-08-11
Centraal Bureau voor de Statistiek

Begrippenlijsten van het CBS

Ambtenaar

Werknemer die werkzaam is in een bedrijf dat valt onder de CAO-sector overheid. Zie ook: CAO-sector overheid, Trendvolger, Werknemer

2018
2022-08-11
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

ambtenaar

ambtenaar - zelfstandig naamwoord uitspraak: amb-te-naar 1. iemand die bij de gemeente of de overheid werkt ♢ de ambtenaar vroeg of ik mijn paspoort wilde laten zien Zelfstandig naamwoord: amb-te-naar de ambtenaar...

Lees verder
2004
2022-08-11
lesmethode Memo

Geschiedenisles voor bovenbouw

Ambtenaar

Iemand die in dienst is van het bestuur. Een ambtenaar zorgt voor het uitvoeren van besluiten, het innen van belasting of het handhaven van de orde.

1981
2022-08-11
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Ambtenaar

in de zin van de ambtenarenwet zijn zij die zijn aangesteld om in openbare dienst werkzaam te zijn, met uitzondering van hen met wie een arbeidsovereenkomst is gesloten. Het ambtenarenrecht bevat bepalingen omtrent aanstelling, schorsing, ontslag, bezoldiging, wachtgeld, diensttijd, verlof e.d. De ambtenaar die zich als zodanig onrechtmatig door de...

Lees verder
1952
2022-08-11
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Ambtenaar

s., amtner.

1950
2022-08-11
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Ambtenaar

m. (-s, ...naren), persoon, door het openbaar gezag in een ambt aangesteld: de staat zorgt voor zijn ambtenaren ; — burgerlijk ambtenaar, niet tot het leger behorend ; — rechterlijk ambtenaar, algemene benaming van de leden der rechterlijke macht; — ambtenaar bij het Openbaar Ministerie, ambtenaar bij e...

Lees verder
1949
2022-08-11
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Ambtenaar

ieder die aangesteld is in openbare dienst, d.w.z. in dienst van de Staat, een provincie, een gemeente of een waterschap. Tot het wezen van het begrip A. behoort de ondergeschiktheid', zij, die wel een openbaar ambt bekleden, maar onafhankelijk zijn van hun committenten (bijv. Kamerleden, Raadsleden) zijn geen A. Ook vallen niet onder de A. di...

Lees verder
1947
2022-08-11
Winkler Prins Encyclopedie

Winkler Prins 1947

Ambtenaar

NEDERLAND Volgens de wet van 12 Dec. 1929 Stbl. 530, de zgn. Ambtenarenwet-1929 is ambtenaar ieder, die aangesteld is in openbare dienst, d.w.z. in een dienst of bedrijf, beheerd door de Staat of een openbaar lichaam (provincie, gemeente, waterschap). Verschillend wordt gedacht over de vraag, of personen, werkend in dienst van een lichaam, als bedo...

Lees verder
1939
2022-08-11
Humoristisch woordenboek

Amusant-Zorgenverdrijvend Woordenboek (De Kolibri)

Ambtenaar

Man van de klok . . het klokslag heengaan.

1937
2022-08-11
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

ambtenaar

m. ambtenaars, ambtenaren, ambtenaartje (iem., die een ambt bekleedt, waartoe hij door het openbaar gezag is benoemd, inz. die een hoger ambt bekleedt): staatsambtenaren (doch: spoorwegbeambten); een rechterlijk ambtenaar; de ambtenaar van het Openbaar Ministerie, officier v. Justitie; ambtenaar van de burgerlijke stand, belast met het houden van d...

Lees verder
1933
2022-08-11
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Ambtenaar

Ambtenaar - (Ned. Recht) (zie Ambtenaren) is ieder, die bijwijze van speciaal beroep werkzaam is ten dienste van staatsbestuur of administratie (vgl. Kranenburg, Ned. Staatsrecht I 1928). Onder dit (wetenschappelijke) begrip vallen derhalve o.m.: rechters, (beroeps)militairen, belasting- en douaneautoriteiten, onderwijzers, etc. Niet echter: kamerl...

Lees verder
1916
2022-08-11
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Ambtenaar

Ambtenaar - iemand, die in vasten dienst is der overheid (rijk, prov., gemeente, enz), onverschillig of hij een ambt vervult of niet. De begrippen ambt en ambtenaar dekken elkaar dus niet. De wettelijke bepalingen omtrent arbeidsovereenkomst zijn ten aanzien van ambtenaren niet van toepassing, ten ware zij, hetzij vóór of bij den aanvang der dienst...

Lees verder
1898
2022-08-11
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

AMBTENAAR

m. (-s of -en), persoon, door het openbaar gezag met een ambt bekleed: de staat zorgt voor zijne ambtenaren; — burgerlijk ambtenaar, niet tot het leger behoorend; — rechterlijk ambtenaar, algemeene benaming van de leden der rechterlijke macht; — ambtenaar van het Openbaar Ministerie, ambtenaar, in het bijzonder belast met de handh...

Lees verder