Wat is de betekenis van abdij?

2019
2021-01-20
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

abdij

abdij - Zelfstandignaamwoord 1. een klooster met aan de leiding een abt of abdis Woordherkomst Afgeleid van abt met het achtervoegsel -ij Verwante begrippen kloosterling, kloosterorde, monnik, non

Lees verder
2018
2021-01-20
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

abdij

abdij - zelfstandig naamwoord uitspraak: ab-dij 1. gebouw waarin mensen zich helemaal aan het geloof wijden ♢ in deze abdij wonen alleen paters Zelfstandig naamwoord: ab-dij de abdij de...

Lees verder
1990
2021-01-20
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

abdij

abdij - Kloosters voor mannen of vrouwen, met respectievelijk een abt of abdis als hoofd.

1973
2021-01-20
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

abdij

abdij' [Lat. abbatia], v. (-en), 1. zelfstandig klooster van mannen of vrouwen met een abt of abdis als bestuurder ; 2. de gebouwen van een abdij (1). Benedictus van Nursia (†547), stichtte de eerste abdij te Monte-Cassino. Zijn volgelingen vestigden zich in woeste, onontgonnen en onveilige streken. Mede hierdoor werden zij gedwongen zich toe te le...

Lees verder
1955
2021-01-20
Katholicisme encyclopedie

Onder redactie van Prof. dr. J.C. Groot

ABDIJ

is een door een abt of abdis bestuurd klooster, doorgaans van een der oude, grote orden (Benedictijnen, Cisterciënsers, Norbertijnen e.a.). Een abdij bezit steeds een grote mate van zelfstandigheid, meer dan bij andere kloosters het geval is. Het oprichten en opheffen van een abdij, het aansluiten bij een monastieke congregatie is aan de H. St...

Lees verder
1950
2021-01-20
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Abdij

v. (-en), 1. klooster met een abt of abdis tot bestuurder; 2. de gebouwen ener abdij.

Lees verder
1949
2021-01-20
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Abdij

klooster voor mannen of vrouwen, door abt (abdis) bestuurd. Meeste A.-en bezaten oudt. groot domein, dat gesloten geestelijk-maatsch. geheel vormde met vrij grote zelfstandigheid. In M.E. zeer talrijk. Deden veel voor ontginning, landb., verbreiding geloof, wetensch., kunst (A .-scholen, bibliotheken) .

Lees verder
1937
2021-01-20
Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Abdij

Abdij is de naam, welke men vroeger algemeen aan een klooster gaf. In de geestelijke orden, na de 11de eeuw gesticht, heet de kloosteroverste prior, superior, rector of proost. Vóór dien tijd heette de bestuurder van een mannenklooster abt, van een vrouwenklooster abdis en het klooster zelf heette abdij. Tegenwoordig verstaat men onde...

Lees verder
1928
2021-01-20
Wat is dat?

Wat is dat? Encyclopedie voor jongeren (1938).

Abdij

Abdijen zijn kloosters bestuurd door een abt of abdis. Deze kloostervorm komt alleen voor bij de oude kloosterorden, waarvan de meeste den regel van den H. Benedictus, al dan niet gewijzigd volgen. Het karakteristieke van de abdij is haar zelfstandig, onafhankelijk bestaan. Vooral in de Middeleeuwen kwam dit sterk tot uiting, daar ze toen in geen...

Lees verder
1916
2021-01-20
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Abdij

Abdij - klooster onder bestuur van een abt of abdis; ook de gebouwen daarvan. Consistoriale A. werden door den Paus in zijn consistorium verleend of goedgekeurd en moesten een bepaald bedrag als inkomsten hebben; bekend zijn de Nederl. A.: Klaarkamp bij Rinsumageest, Bloemkamp bij Hartwerd en Mariëngaarde der Praemonstratenser monniken en Lidlum en...

Lees verder
1898
2021-01-20
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Abdij

ABDIJ, v. (-en), klooster met een abt of abdis tot bestuurder; de gebouwen eener abdij.