XYZ van Amsterdam

Geschreven door J. Kruizinga Gerrit Vermeer, 2002

Gepubliceerd op 22-06-2018

Ruimtelijke Ordening

betekenis & definitie

Ruimtelijke Ordening is erop gericht om het gebruik van de openbare ruimte in goede banen te leiden. Dat kan een streek zijn, dat kan ook een hele stad zijn. Ordening van een straat gebeurt met straatmeubilair, zoals Amsterdammertjes*, wachthuisjes en trottoirbanden. Ordening van een hele stad vindt in Amsterdam plaats met een structuurplan. Zo'n plan geeft de plekken aan, waar ruimte is voor woningen, kantoren, bedrijven, verkeer en recreatie.

A. kent een eeuwenoude traditie op het gebied van de ruimtelijke ordening. De 17de-eeuwse grachtengordel, Plan-Zuid* (1917) en het Algemeen Uitbreidingsplan* (1935) zijn daarvan wereldberoemde voorbeelden. Traditioneel had de overheid grote invloed op de stadsontwikkeling. Vanaf het eind van de jaren zeventig stond de stadsvernieuwing van de oudere wijken centraal, maar in de praktijk werden vooral de woningen vernieuwd en kwam de wijdere omgeving veel minder aan bod. Daarom staat tegenwoordig de stedelijke vernieuwing op de voorgrond. De laatste jaren is de rol van de overheid bij de ruimtelijke ordening veranderd: meer die van regisseur samen met anderen, dan die van de allesbepalende directeur. Voor de ruimtelijke ordening bestaat een reeks wettelijke bepalingen.

De Wet op de Ruimtelijke Ordening regelt op landelijk niveau via de Nota's over de Ruimtelijke Ordening en de daaraan verbonden Planologische Kernbeslissingen, wat er in ruimtelijk opzicht in Nederland mag gebeuren. Ook de provinciale streekplannen en de gemeentelijke structuur- en bestemmingsplannen zijn op de Wet Ruimtelijke Ordening gebaseerd. De gemeentelijke dienst voor Ruimtelijke Ordening ging op 1 januari 1996 over in de nieuwe dienst Binnenstad. Deze bestaat uit de voormalige diensten Ruimtelijke Ordening, Stedelijke Woningdienst, Stedelijk Beheer, het Grondbedrijf, Bevolkingsregister en de Secretarie van het stadhuis. De organisatiestructuur is gelijk aan die van de stadsdeelraden. Het grote verschil is echter dat de binnenstad geen eigen bestuur heeft: de college- en gemeenteraadsleden regelen de grootstedelijke aangelegenheden én zaken die de binnenstad betreffen.

LIT. Bob Polak e.a., Nooit voltooid; de ruimtelijke ordening in Amsterdam, 1994; E. Wintershoven, Het Demografisch Eeuwboek. Ontwikkelingen tussen 1900 en 2000, 2000.