Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Gepubliceerd op 18-08-2020

Nok (zeilvaart)

betekenis & definitie

Piek. Uiteinde van een liggend rondhout, b.v. van een ra, den kluiverboom of den gaffel.

Verder is de nok de bovenhoek van een zeil. De vier hoeken van het grootzeil zijn: de bek, de nok, de hals en de schoot. De nok is de hoek gevormd door het achterlijk en het bovenlijk (lijken zijn touwen zoomen). Laat men de piek of de nok van den gaffel zakken, dan strijkt men de nok van het grootzeil, (afb. blz. 161).