Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

Gepubliceerd op 19-08-2025

de uil van het spel

betekenis & definitie

(19e eeuw) (Vlaanderen, inf.) de sukkel; het slachtoffer; de pineut*.

• Den duts zijn (in 't gezelschap): den uil (of den aap, het schaap) van het spel zijn, den zakkendrager zijn, het gelag (of de ballen) moeten betalen, het keersken uitblazen. (Amaat Honoraat Joos: Schatten uit de volkstaal. 1887)
• Bedrogen worden. Hij is de uil van ’t spel. (H. Mullebrouck: Vlaamse volkstaal. 1984)

< >

Studenten en medewerkers van onderwijsinstellingen hebben gratis toegang.

Ensie voor jouw (onderwijs)instelling? Bekijk de mogelijkheden.

✓ Bedankt! We nemen zo snel mogelijk contact met je op.
Er ging iets mis. Probeer het opnieuw.