Wach betekenis & definitie

Wach (Karl Wilhelm), een verdienstelijk Duitsch historieschilder, geboren den 11den September 1787 te Berlijn, ontwikkelde zich onder de leiding van Kretschmer en ontving van den Koning eene reeks van bestellingen. Nadat hij als officier der landweer deelgenomen had aan de veldtogten van 1813 en 1815, bleef hij tot Mei 1816 te Parijs. In 1817 begaf hij zich naar Rome en doorreisde het volgende jaar een groot gedeelte van Italië.

Na zijn terugkeer werd hij professor aan de académie te Berlijn. Tot zijne vroegste werken uit dit tijdperk behooren de plafondschild rijen in de concertzaal van den schouwburg, alsmede eene „Opstanding van Christus”, thans in de St. Peter-Paulskerk te Moskou. Ook leverde hij uitmuntende portretten, o. a. het kniestuk van prinses Marianne, door den Koning ten geschenke gegeven aan de stad Amsterdam. In 1827 schilderde hij op bestelling van prinses Frederik der Nederlanden een groot Madonnabeeld, hetwelk desgelijks tot zijne beste kunstgewrochten behoort. zijn gevoel voor schoonheid van vormen en kleuren blijkt voorts uit eene levensgroote nyrnf (1835). In 1838 voltooide hij eene „Judith”. Eene kleine schilderij in olieverf uit lateren tijd bevat de voorstelling van de begrafenis der H. Maagd door de Apostelen, en op aanzoek van de Pommersche kunstenaarsvereeniging schilderde bij in 1842 het portret van den H. Otto van Bamberg. Gedurende eene reeks van jaren was hij Koninklijk Hofschilder. In 1820 werd hij gewoon lid van de académie, in 1827 lid van den académischen Senaat en in 1841 onderdirecteur der académie, en overleed te Berlijn den 25sten November 1845. — De schrijfster Henriette von Paalzow was zijne zuster.

Laatst bijgewerkt 20-08-2018