Maarschalk betekenis & definitie

Maarschalk, eigenlijk paardenknecht (van mare of paard en schalk of knecht), was aanvankelijk de titel van iemand, die het opzigt had over de paarden. Later ontving dit woord in Frankrijk eene militaire beteekenis, daar men dezen naam gaf aan den adjudant of den chef van den staf voor den connetable. Reeds in 738 had de connetable van Karel de Groote 2 maarschalken. Bevond zich het leger onder het bevel des Konings, dan was de maarschalk bevelhebber der voorhoede.

Allengs werd de betrekking van maarschalk de aanzienlijkste in het leger. Het aantal maarschalken verschilde in Frankrijk aanmerkelijk. Onder Lodewijk de Heilige waren er twee, onder Hendrik IV vier of vijf en onder Lodewijk XIV twintig, Napoleon benoemde er gedurende zijn bewind vijfentwintig. Zie ook onder Veldmaarschalk.

Laatst bijgewerkt 09-08-2018