Maagdenpalm betekenis & definitie

Maagdenpalm (Vinca L.) is de naam van een plantengeslacht uit de familie der Apocynëen. Het onderscheidt zich door een vijfdeeligen kelk en eene trompetvormige bloemkroon met 5-spletigen zoom. De 5 meeldraden zijn op het midden der bloemkroonbuis ingeplant en verheffen zich niet boven den zoom der bloemkroon, — de helmdraden zijn aan den voet knievormig gebogen en aan den top verbreed, en de helmknoppen, aan den top met een gebaard vliesje voorzien, zijn boven den stempel naar elkander toegebogen. De 2 vruchtbeginsels bevatten een aantal toekomstige zaadjes, — de draadvormige stijl is naar boven verdikt en schijfvormig verbreed, de stempel 5-hoekig en met franjes omzoomd, terwijl aan den voet der vruchtbeginsels 2 stompe kliertjes zijn geplaatst.

De vrucht bestaat uit 2 rolronde, door het inbuigen der randen half-tweehokkige kokervruchtjes. De zaden zijn langwerpig-eirond en bultig; de kiem is zeer klein en in het bovenste gedeelte van het kiemwit gelegen. Het omvat kruipende, rankenvormende heestertjes of kruiden in Midden-en Zuid-Europa, met tegenovergestelde bladeren en alleenstaande, meestal witte, maar ook witte en roode bloemen. Van de soorten noemen wij: den kleinen maagdenpalm (V. minor L.), een inheemsch plantje, onder kreupelhout groeijend en in April en Mei bloeijend, met dunne, ronde, meerendeels kruipende en wortelslaande stengels, gladde, glanzige, altijd groene, lancetvormige of langwerpige, lederachtige bladeren en okselstandige, langgesteelde blaauwe of witte bloemen, en den grooten maagdenpalm (Vinca major L.), die in Zuid-Europa groeit, op de voorgaande soort gelijkt, maar grootere afmetingen heeft. Ten slotte vermelden wij nog V. herbacea Kit. uit Hongarije en V. rosacea L. van Madagascar. Deze laatste versiert de velden van het eiland St. Eustatius, evenals het madeliefje die van Nederland.

Laatst bijgewerkt 09-08-2018