Gade betekenis & definitie

Gade (Niels Wilhelm), een uitstekend componist van onzen tijd, geboren te Kopenhagen den 22sten Februarij 1817, toonde reeds vroeg een ongemeenen aanleg voor de toonkunst, ontving echter eerst laat onderwijs in het piano- en vioolspel en bragt het weldra zoo ver, dat hij bij de Koninklijke kapèl te Kopenhagen als violist geplaatst werd. Met grooten ijver legde hij zich toe op de compositie, en zijne ouverture „Nagalmen van Ossian” werd in 1841 door de Muziek-académie te Kopenhagen bekroond, waarna de Koning hem met een jaargeld begiftigde, ten einde hem in staat te stellen om te reizen. De bijval, waarmede zijne ouverture en later eene symfonie ontvangen waren, bezorgde hem eene uitnoodiging van Mendelssohn, zoodat hij zich in het najaar van 1843 naar Leipzig begaf. In 1844 ging hij naar Rome, maar keerde weldra naar Leipzig terug, waar hij met Mendelssohn en na diens overlijden alleen met het bestuur van concerten werd belast.

In het voorjaar van 1848 vertrok hij naar Kopenhagen, waar hij de concerten der Muziek vereeniging dirigeerde, en tot professor in de muziek en vervolgens tot orkestmeester van den Koninklijken schouwburg benoemd werd. Zijne eerste muziekstukken onderscheiden zich door een noordsch-romantischen geest, terwijl hij later die plaatselijke kleur meer en meer heeft laten varen. Van zijne werken noemen wij: Zeven Symfonieën, — vijf Ouvertures, — „Comala”, een dramatisch gedicht naar Ossian voor solo, koor en orkest, — „Erlkönigs Tochter”, — „Lentefantazie”, — een octet, sextet en quintet voor strijkinstrumenten, — twee klavier-trio’s, — eenige sonaten, — een groot aantal liederen, enz. Ook heeft hij de opera „Mariotta” gecomponeerd. Deze uitstekende kunstenaar heeft in het laatst van 1873 ons Vaderland bezocht, en is vooral te Amsterdam met de grootste onderscheiding ontvangen.

Laatst bijgewerkt 07-08-2018