F betekenis & definitie

F is de zesde letter van ons alphabeth en de vierde in de rij der medeklinkers. Zij behoort tot de afdeeling der lipletters, doch ontbreekt in liet alphabeth der Phoeniciërs en was bij de Latijnen, waarvan wij haar ontleend hebben, oorspronkelijk slechts eene zachte aanblazing, de zoogenaamde digamma Aeolicum (Aeolische dubbelgamma), zooals ook blijkt uit de gedaante dezer letter, namelijk die van 2 gamma’s (ΓΓ) ontleend. Later nam haar geluid toe in hardheid en begon op dat der Grieksche Φ te gelijken, terwijl men aan de voormalige zachte aanblazing eene als medeklinker beschouwde U (V) tot teeken gaf.

Door vele Duitschers worden de letters F en V nagenoeg op dezelfde wijze uitgesproken, — bij de Franschen is de klank der F veel harder dan die der V, welke laatste bij hen naar de W zweemt, — en in ons Vaderland is het onderscheid duidelijk genoeg te hooren, behalve in Friesland, waar de V even scherp wordt uitgesproken als de F. Men doet laatstgenoemde letter hooren bij het zamentrekken der lippen, terwijl men de lucht uitblaast. De klank der F daarentegen vereischt een openen der lippen.

Als cijfer beduidt F bij de Romeinen 40, en F 40000. Bij verkorting wordt zij gebruikt van de woorden filius, fecit enz. Met betrekking tot boeken beteekent fo (folio) eene bladzijde of het formaat. Op het kompas van een Engelsch zakuurwerk geeft F het woord faster (sneller) te kennen, — op een thermometer den naam van Fahrenheit, en in de scheikunde dien van fluorium. In de muziek is ƒ een der grondtoonen en staat in de bovenste lijn van den notenbalk (zie Toonaard).

Laatst bijgewerkt 07-08-2018