Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 06-08-2018

Directoire

betekenis & definitie

Directoire of directorium (directie, bewind) is de naam van het opperbestuur van de eene of andere vereeniging, en meer bepaald in de eerste Fransche Republiek die van de regéringscommissie, vastgesteld door de constitutie van het jaar III (1795).

Bij den val van het Schrikbewind hadden in de Nationale Conventie de gematigde Republikeinen met de Constitutionélen van het jaar 1791 de overhand behouden; zij waren van oordeel, dat eene duurzame organisatie van het staatsbeleid een einde moest maken aan de revolutie. Eene commissie uit de Conventie werd in den zomer van het jaar III belast met het ontwerpen van eene nieuwe constitutie. Volgens deze werd de uitvoerende magt opgedragen aan een directoire van vijf personen, gesteund door een verantwoordelijk ministérie.

De wetgevende magt was daarentegen in handen van 2 beraadslagende ligchamen, namelijk van den Raad van Vijfhonderd, die de wetten voordroeg en wiens leden althans 30 jaar oud waren, — en den Senaat, die de wetten bekrachtigde en uit 250 leden bestond, hoofden van huisgezinnen, althans 40 jaar oud. Van die beide ligchamen moest jaarlijks 1/3de, — van het Directoire jaarlijks 1/5de deel aftreden. Op den lsten Prairial (20 Mei) vereenigden zich meerderjarige burgers, die althans het loon van 3 werkdagen in de belastingen betaalden, in grondvergaderingen, om kiezers te benoemen, en deze kwamen den 20sten Prairial (8 Junij) bijeen, om de raadsleden te kiezen, die vervolgens de leden van het Directoire benoemden.

De groote volksmassa bekreunde zich weinig om deze organisatie; de vurige democraten waren gevallen, en in hunne plaats stelden zich de Koningsgezinden meer en meer op den voorgrond. Om aan deze partij niet te veel magt te bezorgen, besloot de Conventie, om de eerste maal 2/3de der raadsleden uit haar midden te kiezen, en slechts1/3de aan de volkskeuze over te laten.

Deze maatregel was oorzaak van den opstand der Koningsgezinden op den 13den Vendémiaire (4 October). Nadat de Conventie daags te voren de dictatuur had nedergelegd, aanvaardde op den 5den Brumaire van het jaar IV (26 October 1795) het Directoire zijn gezag. Niet zonder moeite waren Barras, Rewbell, Larevellère, Letourneur en Carnot tot leden van het Directoire benoemd. Zij aanvaardden met moed hunne betrekking in het Luxemburg, want de toestand van Frankrijk was hagchelijk, zoowel uit een geldelijk als uit een krijgskundig oogpunt.

Het land aan de Rijn lag open, in de Vendée woedde de burgeroorlog, de kusten van Frankrijk en Nederland werden door de Engelschen bedreigd, en de gesteldheid van het leger van Italië was hoogst treurig. Carnot ontwierp een grootsch oorlogsplan, dat de gereorganiseerde armee in het hart der Oostenrijksche monarchie zou brengen. Bonaparte werd belast met het opperbevel in Italië, Jourdan bleef bij het Maas- en Sambreleger, Moreau plaatste zich aan het hoofd van het corps aan de Rijn, en Hoche dempte de onlusten in de Vendée.

Die werkzaamheden van het Directoire met betrekking tot de buitenlandsche aangelegenheden werden belemmerd door den strijd der partijen in het binnenland. De Democraten hadden zich onder de leiding van Babeuf weder vereenigd en wilden op nieuw de staatsregeling van 1793 invoeren. Nadat het Directoire den 21sten Floréal van het jaar IV (10 Mei 1796) de hoofden der zaamgezworenen in hechtenis had doen nemen, deed die partij den 23sten Fructidor (9 September) een aanval op de troepen te Grenelle.

Terwijl echter het Directoire eene dergelijke poging der Koningsgezinden met gevangenis bestrafte, werden de Democraten ter dood veroordeeld of verbannen. Deze gematigdheid versterkte de Koningsgezinden in hunne stoutmoedigheid; zij maakten zich meester van de verkiezingen op het platte land en ondermijnden zoozeer het vertrouwen op de Regéring, dat deze steun moest zoeken bij het leger.

De beraadslagende ligchamen, die op den lsten Prairial van het jaar V (20 Mei 1797) waren aangevuld, kregen eene koningsgezinde kleuren benoemden Pichegru en Barbé-Marbois tot hunne voorzitters, kozen den koningsgezinden François Barthélemy in plaats van Letourneur in het Directoire, en verlangden het ophouden van den oorlog en de ontwapening van het leger. Bij dezen dreigenden staat van zaken voegde zich de constitutionéle partij van 1798 bij het Directoire.

De club Salm kwam tot stand tegenover de club F7'"’,,. « welke laatste het brandpunt was der Koningsgezinde raadsleden. Daarenboven liet het Directoire eenige regimenten van het Maas- en Sambre-leger oprukken naar Parijs. De stipt constitutionéle Carnot en de koningsgezinde Barthélemy waren ontevreden over deze maatregelen van hunne ambtgenooten, en stelden zich als bemiddelaars tusschen de raadsleden en de meerderheid van het Directoire, ofschoon zij bij deze laatste nagenoeg geen gehoor vonden.

Het leger moest op hun voorslag adressen zenden aan de raadsleden, en de opgeroepen troepen legerden zich te Versailles, Meudon en Vincennes. De raadsleden daarentegen sloten de constitutionéle clubs, plaatsten hunne wacht onder Koningsgezinde bevelhebbers en namen, op raad van Pichegru het besluit, om de Nationale garde te herstellen. In de zitting van den 17den Fructidor (3 September 1797) deed generaal Willot zelfs den voorslag, om den volgenden dag de constitutie en de Regéring door een oproer te vernietigen. Die voorslag vond bijval, doch was voor 3 leden van het Directoire het teeken tot den aanval.

Deze deden in den nacht van den 17den op den 18den Fructidor de troepen onder bevel van Augereau binnen Parijs rukken en namen tegen den ochtend de Tuilerieën, benevens de vergaderzalen der beraadslagende ligchamen in bezet, terwijl zij de daar aanwezige generaals Pichegru, Willot en de commandant der garde Hamel alsmede de erkende Koningsgezinden onder de derwaarts ijlende raadsleden in den kerker deden werpen.

Parijs staarde bij zijn ontwaken met verbazing op dien ommekeer van zaken. Des namiddags verantwoordden zich die leden van het Directoire in de raadsvergadering en verkregen aanstonds een besluit, waardoor hunne tegenstanders in ballingschap werden gezonden. Het ostracismus had de plaats der guillotine ingenomen, en 41 leden van den Raad van Vijfhonderd, 4 leden van den Senaat, 35 redacteuren van dagbladen en andere aanzienlijke Koningsgezinden, alsmede Carnot en Barthélemy, leden van hét Directoire, werden buiten de grenzen verwezen, zoodat gemelde partij eene volkomene nederlaag leed.

De Vrede van CampoFormio bevestigde vervolgens de Republiek in het bezit der veroverde gewesten, en al hare vijanden, met uitzondering van Engeland, legden de wapens neder. Daar echter het Directoire tegen eene ontwapening van het leger opzag, zond het den eergierigen en beleidvollen generaal Bonaparte naar Egypte, welks verovering tot voorbereiding zou strekken voor een inval in Britsch Indië. Het zuiverde voorts Zwitserland van de zamenspanningen der Koningsgezinden en dwong dit land, om de Fransche constitutie aan te nemen, terwijl ook de Kerkelijke Staat in eene republiek herschapen-werd.

De magt van het Directoire scheen geene grenzen te kennen: de Helvétische, Ligurische, Bataafsche, Cis-Alpijnsche en Romeinsche Republiek, waren afschijnsels van het grootsche Frankrijk, en toen had het tegelijk met de schennis der constitutie zijn zedelijken invloed verloren. De volkshoop, die te voren onverschillig was gebleven, zag zich met weerzin onderworpen aan eene nieuwe dictatuur, en de versterkte partij der oude Republikeinen wilde niets weten van de staatkunde van het Directoire. De verkiezingen van Floreal van het jaar VI (Mei 1798) bevestigden de magt van laatstgemelde Republikeinen, en toen het Directoire, aan geweld gewoon, het waagde, om de meeste keuzen te vernietigen, bereidde het zijn eigen val.

Daarenboven waren de leden Merlin de Douai en Treilhard van het Directoire geene staatsmannen; Rewbell was, in weerwil van zijn ijver, geen geniaal bestuurder, — Larevellière was een deïstisch dweeper, en Barras peinsde enkel op levensgenot. Reeds gedurende het Congrès te Rastadt had Engeland zich met Rusland en Oostenrijk verbonden tot een nieuwen oorlog met Frankrijk, en hierbij kwam de zwakheid van het Directoire aan het licht. Hoewel dit laatste een ongemeenen ijver betoonde en 200000 man onder de wapens riep, werd het land van 3 zijden met een inval bedreigd.

Moreau en Macdonald leden de nederlaag in Italië, — Jourdan bevond zich in de engte aan de BovenRijn, — de hertog van York landde met een leger in Holland, en in de Vendée kwamen de Koningsgezinden in opstand. Voorts werden bij de verkiezingen van het jaar VII (1799) hoofdzakelijk republikeinen gekozen. De raad van Vijfhonderd benoemde Sieyès in plaats van Rewbell tot lid van het Directoire, verklaarde zich permanent en vorderde rekenschap van den toestand der Republiek.

Ook Treilhard moest zijne betrekking nederleggen en werd door Gobier vervangen, — voorts Merlin en Lareveillère desgelijks. Barras beschouwde de republiek als reddeloos en trad in onderhandeling met de Bourbons. De Radicalen maakten gebruik van hunne overwinning en bragten generaal Moulins en den gematigden Roger Ducos in het Directoire. Dat alles geschiedde op den 30sten Prairial (18 Junij).

Elk der groote staatsligchamen had de constitutie geschonden en tot hare vernietiging medegewerkt. Daarna poogde Sieyès haar geheel en al uit den weg te ruimen en droeg eene zeer kunstmatige constitutie voor, door welke hij de republiek hoopte te bevestigen. Hij vertraagde den staatsstreek alleen, omdat hij geen kloek generaal ter beschikking had. Onverwacht landde den 17den Vendèmiaire van het jaar VIII (8 October 1799) generaal Bonaparte te Fréjus, deze was desgelijks van voornemen, om de constitutie te verscheuren, zoodat hij zich met Sieyès verbond, en op den bekenden 18den Brumaire de Republiek de prooi werd van een vermetelen krijgsman.