vrouw betekenis & definitie

vrouw - Zelfstandignaamwoord
1. (biologie) een volwassen vrouwelijke mens
Die vrouw is erg lustig.
2. de vrouwelijke partner in een huwelijk
Op het feest werd ik aan zijn vrouw voorgesteld.

Woordherkomst
afkomstig van:
Middelnederlands: vrouwe, vrowe, ver
Oudernederlands: frouwa
Germaans: *frawjōn
Indo-Europees: *prōw-

Synoniemen
echtgenote, gemalin, moer, vrouwmens, vrouwspersoon, wijfje

Verwante begrippen
vrouwe, [1] man, geslacht, [2] man, huwelijk

Laatst bijgewerkt 31-10-2017