Vrouw
v. (-en), 1. mens van het vrouwelijk geslacht: de vrouwen gaan anders gekleed dan de mannen; vrouwen zijn zwakke vaten (1 Petr. 3:7); — als collectief: de vrouw heeft een hogere stem dan de man; — zij is een vrouw, zij is zwak of onbestendig; 2. echtgenote: ik zal mijn vrouw even roepen; man en vrouw, echtpa...