Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 01-11-2017

2017-11-01

tuinbouwer

betekenis & definitie

tuinbouwer - Zelfstandignaamwoord
1. (beroep) (landbouw) Iemand die een tuinbouwbedrijf heeft.
In Vlaanderen wordt de term bloemist ook gebruikt voor de tuinbouwer die bloemen teelt in kassen, en ze via de groothandel verdeelt.

Woordherkomst
samenstelling van tuin en bouwer