transversaal betekenis & definitie

transversaal - Zelfstandignaamwoord
1. lijn die of vlak dat een stelsel van lijnen of vlakken snijdt
2. verwant in de zijlinie

transversaal - Bijvoeglijk naamwoord
1. dwars, overdwars gaand
2. een stelsel van lijnen of vlakken snijdend
3. in de zijlinie verwant
4. (natuurkunde) (van een golfbeweging:) met de amplitude loodrecht op de voorplantingsrichting

Woordherkomst
afgeleid van transvers met het achtervoegsel -aal

Antoniemen
[4] longitudinaal