sterk betekenis & definitie

sterk - Bijvoeglijk naamwoord
1. beschikkend over kracht of vaardigheid
tab tab1">♢ Het was een sterke kerel die de biels optilde.
2. een grote concentratie van iets bevattend
Een sterke oplossing.
Van een sterke drank wordt je snel dronken.
3. zo opvallend dat het aan het ongelooflijke grenst
Dat is een sterk verhaal.

sterk - Bijwoord
1. in sterke mate
Dat is sterk overdreven!

sterk - Werkwoord
1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sterken
♢ Ik sterk
2. gebiedende wijs van sterken
sterk!
3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sterken
sterk je?

Woordherkomst
afkomstig van:
Middelnederlands: starc
Oudernederlands: stark
Germaans: *starkaz, *starkuz
Indo-Europees: *(s)terg-

Synoniemen
levenskrachtig

Antoniemen
zwak