middel betekenis & definitie

middel - Zelfstandignaamwoord
1. het midden
2. iets met behulp waarvan een doel bereikt kan worden
Dat is een middel, niet een doel.
3. (medisch) iets dat wordt aangewend om ziekte, ongesteldheid te bestrijden, (verkort voor geneesmiddel)
Tegen die ziekte is nog geen middel gevonden.
4. (financieel) geld, bezit
Hij heeft de middelen om er een sterke onderneming van te maken.
5. (taalkunde) (als eerste deel van samenstellingen) fase in de geschiedenis van sommige talen tussen de oudste vorm daarvan ("oud") en de meest recente verleden ("nieuw")

middel - Zelfstandignaamwoord
1. (anatomie) het middendeel van het lichaam
Hij krijgt wat te veel vet om zijn middel.

middel - Werkwoord
1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van middelen
♢ Ik middel
2. gebiedende wijs van middelen
middel!
3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van middelen
middel je?

Woordherkomst
[A] Afkomstig van Oudnederlandse woord middil
Afleiding van bemiddeling.

Spreekwoorden
♦ num=2
Het doel heiligt de middelen.|ter bereiking van een goed doel mag men ook slechte middelen, indien het niet anders mogelijk is, gebruiken

Uitdrukkingen en gezegden
♦ num=2
door middel van (d.m.v. / dmv)|

Synoniemen
[3]: medicijn