kleur betekenis & definitie

kleur - Zelfstandignaamwoord
1. het onderscheid dat gemaakt wordt op basis van het verschil in golflengte van licht

kleur - Werkwoord
1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kleuren
♢ Ik kleur
2. gebiedende wijs van kleuren
kleur!
3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kleuren
kleur je?

Woordherkomst
afkomstig van:
Middelnederlands: couleur, colore
Frans: couleur
Latijns: color