Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gepubliceerd op 10-11-2017

2017-11-10

buiig

betekenis & definitie

buiig - Bijvoeglijk naamwoord
1. regenachtig, met buien
In die buiige periode gebeurden er veel ongelukken.

Woordherkomst
Afleiding van bui met het achtervoegsel -ig.