Aesculaap betekenis & definitie

Aesculaap noemt men min of meer schertsend een geneesheer. Aesculapius (Grieks Asklepios) was de zoon van Apollo, die hem aan Chiron (zie „Sterrenbeelden") ter opvoeding had gegeven. Deze wijdde hem in de geheimen der geneeskunde in, zoodat Aesculapius later veel zieken genas, zelfs doden in het leven terugriep. Hierdoor leed het rijk van den god der onderwereld zoveel schade, dat hij zich bij Jupiter beklaagde.

De beheerser der goden velde toen met zijn geweldige bliksemschicht Aesculapius neer. Deze werd nu onder de goden opgenomen en overal werden tempels te zijner eere opgericht. Zieken riepen hem aan en herstelden brachten hem een haan als dankoffer. (Vandaar dat Socrates dan ook zeide, toen hij den giftbeker gedronken had: „Slacht een haan.") Hygieia, een dochter van Aesculaap, werd als de g o d i n der gezondheid zelf vereerd. Vandaar ons woord hygiënisch. Zowel Aesculapius als Hygieia (spr. hi-gi-ei-a) hebben als symbool een slang, vermoedelijk als het dier, dat zijn huid afstroopt en zoo zichzelf verjongt. Bij Äesc. is de slang om een staf gekronkeld, terwijl Hygieia de slang boven een schaal houdt, waaruit zij haar voedsel heeft.